Naar hoofdinhoud

§ 2

Artikel 2:2

Afnemen van de taaltoets

Onderdeel van Beleidsregel taaleis Den Haag 2016

1.. Indien de persoon als bedoeld in het vorige artikel niet één van de in artikel 2:1 bedoelde verklaringen aan het college overlegt bij de aanvraag, neemt het college bij hem binnen acht weken na de datum van het besluit tot toekenning van de bijstand een taaltoets af. 2.. De taaltoets wordt modulair afgenomen, waarbij steeds per module een beoordeling plaatsvindt aan de hand van de objectieve beoordeling behorende bij het betreffende toetsingssysteem. De modules kunnen gecombineerd worden afgenomen. De modules betreffen, in overeenstemming met artikel 18 b achtste lid Participatiewet: spreekvaardigheid luistervaardigheid gespreksvaardigheid schrijfvaardigheid leesvaardigheid 3.. Zodra uit de uitkomst van een modulaire beoordeling blijkt dat de bijstandsgerechtigde de Nederlandse taal in onvoldoende mate beheerst, staat hiermee reeds vast dat de uitkomst van de taaltoets luidt, dat de belanghebbende de Nederlandse taal in onvoldoende mate beheerst. Bij de belanghebbende worden in dat geval geen verdere modules meer getoetst. 4.. Zodra uit de uitkomst van een modulaire beoordeling naar het oordeel van het college blijkt dat de bijstandsgerechtigde niet leerbaar is, gaat het college uit van het ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid en neemt het college geen verdere modules meer af bij de belanghebbende. 5.. Geen taaltoets wordt afgenomen bij de bijstandsgerechtigde bij wie, indien jegens hem naar het oordeel van het college het redelijk vermoeden bestaat dat hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. 6.. Elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt: bij de bijstandsgerechtigde: 1°die eerder een inburgeringsontheffing heeft gekregen, of 2°.die duurzaam volledig arbeidsongeschikt is in de zin van artikel 4 WIA en op die grond een duurzame ontheffing heeft gekregen als bedoeld in artikel 9 lid 5 Participatiewet voor de verplichting tot het zoeken naar betaalde arbeid, deelname aan re-integratie en participatie en het verrichten van een tegenprestatie heeft, of 3°van wie naar het oordeel van het college om persoonlijke redenen duurzaam niet verlangd kan worden dat hij de Nederlandse taal in voldoende mate beheerst of zal beheersen, onder meer indien hij door het college om medische en/of psychosociale redenen niet leerbaar wordt geacht en/of een onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt heeft. bij de bijstandsgerechtigde indien en zolang : 1°. hij op grond van tijdelijk volledig arbeidsongeschiktheid een tijdelijke ontheffing om dringende redenen als bedoeld in artikel 9 lid 2 Participatiewet heeft gekregen voor de verplichting tot het zoeken naar betaalde arbeid en tot het verrichten van een tegenprestatie, of 2° van hem naar het oordeel van het college om persoonlijke redenen niet verlangd kan worden dat hij de Nederlandse taal in voldoende mate beheerst of zal beheersen, onder meer indien hij door het college om medische en/of psychosociale redenen niet leerbaar wordt geacht en/of een onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt heeft. 7.. Het college legt de bijstandsgerechtigde bij wie elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, geen verplichting op om de Nederlandse taal te verwerven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel