Het college stelt de bijstandsgerechtigde binnen acht weken na uitkomst van de toets schriftelijk in kennis van deze uitkomst, zijnde:

  • - een redelijk vermoeden, dat de bijstandsgerechtigde de vaardigheden in de Nederlandse taal in onvoldoende mate beheerst, of
  • - de vaststelling dat de bijstandsgerechtigde de vaardigheden in de Nederlandse taal in voldoende mate beheerst.