Het college stelt de bijstandsgerechtigde binnen acht weken na uitkomst van de toets schriftelijk in kennis van deze uitkomst, zijnde:
een redelijk vermoeden, dat de bijstandsgerechtigde de vaardigheden in de Nederlandse taal in onvoldoende mate beheerst, of
de vaststelling dat de bijstandsgerechtigde de vaardigheden in de Nederlandse taal in voldoende mate beheerst.
§ 2
Artikel 2:3
Kennisgeving van het redelijk vermoeden dat de bijstandsgerechtigde in onvoldoende mate de Nederlandse taal beheerst
Onderdeel van Beleidsregel taaleis Den Haag 2016