**1..** Het college verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde die onbeloonde additionele werkzaamheden verricht conform artikel 10a, zesde lid van de Participatiewet, artikel 8 van de Re-integratieverordening, een premie.
**2..** Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt iedere zes maanden beoordeeld en uitbetaald.
**3..** De premie bedraagt per maand maximaal 100 euro op basis van een deelname van 32 uur per week.
**4..** Indien de activiteiten minder dan 32 uur per week bedragen, wordt de hoogte van de premie naar rato vastgesteld.
**5..** Indien de uitkeringsgerechtigde naar het oordeel van het college in die zes maanden onvoldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces wordt de premie geweigerd. Dit gebeurt indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbenden de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden.
**6..** Het college verlangt van diegene in opdracht van wie de uitkeringsgerechtigde onbeloonde additionele werkzaamheden verricht, na het eerste jaar halfjaarlijks een vergoeding die overeenstemt met de hoogte van de premie als bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Premie bij de Participatieplaats gericht op re-integratie
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Participatiewet Rhenen 2015