Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Verlaging woonsituatie

Onderdeel van Beleidsregels individualisering uitkeringsnorm 2016

De uitkering in het kader van de WWB dient voldoende te zijn om in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien. De kosten van het wonen maken daar deel van uit. Indien betrokkene geen woonlasten heeft, werd voorheen de uitkering verlaagd. Dit is met de invoering van de Participatiewet niet meer mogelijk voor mensen die onder de kostendelersnorm vallen. Om artikel 27 van de wet wel van toepassing te laten zijn op de alleenstaanden en gehuwdennorm, zonder medebewoners, zou dan oneerlijke situaties meebrengen. Gekozen is dan ook de voor rechthebbende betaalde woonlasten of niet in rekening gebrachte woonlasten te zien als inkomsten. Onder woonlasten wordt in dit verband verstaan de huur of, als de betrokkene een eigen woning bewoont, de verschuldigde hypotheekrente en de aan het eigendom verbonden zakelijke lasten alsmede een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud (CRvB 6 november 2001, nrs 99/7 en 99/29 NABW).

Rechtspraak bij dit artikel