**1..** De verlaging voor een schoolverlater als bedoeld in artikel 28 van de wet bedraagt maximaal 20% van de rekennorm.
**2..** Deze verlaging wordt toegepast gedurende zes maanden na het tijdstip van de beëindiging aan onderwijs of een beroepsopleiding.
**3..** De verlaging wordt niet toegepast als de schoolverlater jonger is dan 21 jaar en de norm voor jongeren van 18 tot 21 jaar ontvangt op grond van artikel 20, lid 1 onder a en onder b of op grond van artikel 20, lid 2 onder a en onder b.
**4..** Wordt de algemene bijstand op grond van bijzondere bijstand aangevuld tot de norm voor 21 jaar of ouder (artikel 21 van de wet) of tot de kostendelersnorm (artikel 22a van de wet) dan wordt de verlaging toegepast tot maximaal de hoogte van de bijzondere bijstand.
**5..** De verlaging wordt zodanig afgestemd dat de schoolverlater blijft beschikken over een bedrag gelijk aan het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud als bedoeld in artikel 3.18 Wet studiefinanciering 2000 en de eventuele toeslag als bedoeld in artikel 3.4 of 3.5 van de Wet studiefinanciering 2000.
**6..** De verlaging wordt niet toegepast als de schoolverlater voortijdig de opleiding heeft moeten staken vanwege medische omstandigheden en deze omstandigheden het verder volgen van onderwijs volledig beletten.
Artikel 4.
Verlaging schoolverlaters
Onderdeel van Beleidsregels individualisering uitkeringsnorm 2016