In het eerste lid, onder d wordt bepaald dat bij de aanvraag een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen moet worden gevoegd. Dit betekent dat de aanvraag voor een tegemoetkoming pas bij de gemeente kan worden ingediend als de ouder over een offerte of contract beschikt. Op basis van de offerte of het contract kan de gemeente de hoogte van de tegemoetkoming vaststellen.
Het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen, moet ingeschreven staan in een gemeentelijk register (artikel 5, eerst lid, van de wet).
Onder e van het eerste lid bepaalt dat bij de aanvraag gegevens of een verwijzing naar gegevens wordt gevoegd waaruit blijkt dat de ouder behoort tot een gemeentelijke doelgroep. In een aantal gevallen kan de ouder volstaan met een verwijzing naar die gegevens omdat de gemeente over de gegevens beschikt:
-de ouder of partner ontvangt een uitkering in het kader van de WWB, IOAW/IOAZ of Anw én maakt
gebruik van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling;
-de ouder is een niet-uitkeringsgerechtigde (NUG-er), is als werkzoekende geregistreerd bij het
UWV-werkbedrijf én maakt gebruik van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling;
de ouder een inburgeringsvoorziening heeft op grond van artikel 19 van de Wet inburgering;
het college heeft sociaal-medische indicatie vastgesteld.
In andere gevallen zal de ouder de volgende gegevens aan de gemeente moeten verstrekken:
De ouder of partner ontvangt een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars
De ouder heeft de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt, volgt scholing of een opleiding en ontvangt algemene bijstand op grond van de WWB of kan zo’n uitkering ontvangen
De ouder of diens partner zijn ingeschreven bij een school of instelling als bedoeld in paragraaf 2.2 of 2.4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen of in de artikelen 2.8 tot en met 2.11 van de Wet Studiefinanciering 2000
Indien de uitkering wordt verkregen in een andere gemeente: naam van deze gemeente: Haarlem
Bewijs van inschrijving school of opleidingsinstituut
Bewijs van inschrijving school of opleidingsinstituut
Onder f van het eerste lid staat dat indien de aanvrager een partner heeft, deze partner de aanvraag mede-ondertekent. Deze bepaling is volledigheidshalve in de verordening opgenomen. De verplichting is reeds neergelegd in artikel 26, derde lid, van de wet.
Hoofdstuk
Artikel 5
Te verstrekken gegevens bij de aanvraag
Onderdeel van Verordening Wet kinderopvang Bloemendaal 2009