1.. Burgemeester en wethouders verlenen geen of beperkte subsidie indien:

  • - met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend;
  • - de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat;
  • - met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een voorlopige subsidiebeschikking heeft ontvangen;
  • - met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat (indien noodzakelijk) een omgevingsvergunning onderdeel monumenten is verleend;
  • - voor de betreffende restauratie- of onderhoudsvoorzieningen binnen een termijn van 5 jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag wordt ingediend subsidie is verleend;
  • - per periode van 3 jaar het maximale subsidiebedrag van 6.000 euro voor hetbetreffende subsidiabele object wordt overschreden;
  • - door het toekennen van de subsidie het subsidieplafond zoals bedoeld in artikel 1 wordt overschreden. De subsidie wordt dan verdeeld op basis van bouwtechnische noodzaak volgens het bepaalde in artikel 3;.

2.. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in lid 1 onder c. , f en g]