Het college kan vaststellen dat een persoon bedoeld in artikel
7, eerste lid, onderdeel a, van de wet, die arbeidsmogelijkheden
heeft, niet in staat is met voltijdse arbeid het wettelijk
minimumloon te verdienen en daarmee behoort tot de doelgroep
loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid,
onderdeel e, van de wet.
De vaststelling dat iemand tot de doelgroep loonkostensubsidie
behoort vindt plaats op aanvraag van de persoon, bedoeld in het
eerste lid. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 10c, eerste lid, onderdeel b, van de wet kan de
vaststelling ook ambtshalve plaatsvinden, behalve voor niet-uitkeringsgerechtigden en
ANW-gerechtigden.
Bij de vaststelling, bedoeld in het vorige lid, neemt het college in
aanmerking of sprake is van beperkingen van lichamelijke,
verstandelijke, psychische of andere aard die naar verwachting leiden
tot een arbeidsprestatie met een loonwaarde van minder dan 80% van het
wettelijk minimumloon.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.3
Vaststelling doelgroep loonkostensubsidie
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Ouder-Amstel 2015.