Het pgb zal door de SVB maandelijks achteraf uitbetaald worden aan de hulpverlener. Aan de uitbetaling zitten de volgende voorwaarden:
We kennen alleen in bijzondere situaties en naar het oordeel van de consulent een verantwoordingsvrij bedrag toe.
Pgb-houders mogen vanuit het budget de volgende uitgaven wel doen:
Alle bijkomende kosten voor de zorgverleners, zoals de werkgeverslasten voor zorgverleners met een arbeidsovereenkomst en wettelijk toegestane vergoedingen, zoals reiskostenvergoedingen voor woon-werkverkeer, verlofregelingen, pensioenvoorziening en spaarloon.
Vervoerskosten, maar alleen als er een beschikking is voor ondersteuning maatschappelijke deelname, samen met een indicatie voor vervoer van en naar de plek waar die begeleiding geboden wordt.
Pgb-houders mogen vanuit het budget in ieder geval de volgende uitgaven niet doen:
Kosten voor bemiddeling;
Kosten voor het voeren van een pgb-administratie;
Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb;
Contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo, kosten voor het volgen van cursussen over het pgb, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal;
Alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Wmo 2015 vallen;
Alle zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen vallen;
Ondersteuning inkopen buiten EU-landen.
Controle op kwaliteit en financiën is dan nauwelijks mogelijk.
De cliënt mag geen eigen bijdrage uit het pgb betalen. De cliënt dient de gemaakte kosten te declareren bij de SVB. Op het moment dat het pgb teruggevorderd dient te worden zal de SVB overgaan tot incasso.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.9
Uitbetaling van het pgb
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning