1.. Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen:

a.. op verzoek van de vergunninghouder

b.. of ambtshalve:

i.. wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;

ii.. wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van de vergunning;

iii.. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;

iv.. wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

v.. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;

vi.. om redenen van openbaar belang;

vii.. bij niet tijdige betaling en zonder reactie op de daarop volgende aanmaning.

2.. Indien de parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1 sub b onder iv of v wordt een aanvraag voor een parkeervergunning door dezelfde vergunninghouder, binnen 12 maanden na intrekking, geweigerd.

3.. Indien een parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1 sub b onder vii wordt uitsluitend een nieuwe vergunning verstrekt na het indienen van een nieuwe aanvraag.