1. Aan het bestuur van de GR Nieuw Reijerwaard worden ter vervulling van
de in artikel 5 omschreven taken alle bevoegdheden van regelingen en
bestuur toegekend binnen de grenzen van artikel 30 en 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen en met inachtneming van de
beperkingen daarin gesteld.
2. Ten behoeve van de in artikel 4 genoemde doelstelling kan, indien dit
bijzonder aangewezen wordt geacht, de GR Nieuw Reijerwaard een of meer
stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en
onderlinge waarborgmaatschappijen oprichten of daarin deelnemen.