1. Het Algemeen Bestuur bestaat uit tien leden, de voorzitter
inbegrepen. De raden van Barendrecht en Ridderkerk wijzen uit hun
midden, de voorzitter van de raad inbegrepen, en uit de wethouders,
elk vier leden en twee plaatsvervangend leden aan. Van deze vier
leden respectievelijk twee plaatsvervangend leden dienen ten minste
twee leden respectievelijk één plaatsvervangend lid deel uit te
maken van het college van burgemeester en wethouders. De raad van
Rotterdam wijst uit de voorzitter van de raad en uit de wethouders,
twee leden en twee plaatsvervangend leden aan.
2. Bepalingen in deze regeling geldende voor de leden van het
Algemeen Bestuur, zijn mede van toepassing op de plaatsvervangende
leden.
3. Een lid van het Algemee Bestuur kan bij afwezigheid worden
vervangen door een daartoe aangewezen plaatsvervangend lid. Een
plaatsvervanging wordt meegedeeld aan de voorzitter op de wijze,
zoals bepaald in het in artikel 13 genoemde Reglement van Orde.
Hoofdstuk III › Paragraaf 1
Artikel 7
Samenstelling
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard