Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de rioolheffing 2016

De belasting voor percelen die in hoofdzaak tot woning dienen wordt geheven naar een vast bedrag per perceel en huishoudensituatie; De belasting voor percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. Voor de bepaling van de maatstaf van de heffing is voor percelen zijnde, verpleegtehuis, gezinsvervangend tehuis, (schippers)internaat, tehuis voor personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, verzorgingstehuis, bejaardentehuis, kindertehuis of gevangenis lid 2 van toepassing. Het aantal kubieke meters water als bedoel in het tweede lid wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De op de voet van het vierde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Indien een perceel als bedoeld in het tweede lid niet is voorzien van een watermeter wordt de hoeveelheid water gesteld op 250 m³.

Rechtspraak bij dit artikel