De belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt € 267,96;
Indien het perceel in hoofdzaak tot woning dient en op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon, bedraagt de belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, € 234,48
De belasting als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bedraagt bij een aantal kubieke meters water van:
a
10.000 m³ water of minder
€ 267,96 voor elke hoeveelheid van 250 m³ of gedeelte daarvan;
b
Meer dan 10.000 m³ water, doch minder dan 25.000 m³
€ 10.718,40 (40 x het basistarief) vermeerderd met € 67,00 voor elke hoeveelheid van 250 m³ of gedeelte daarvan boven 10.000 m³;
c
25.000 m³ water of meer, doch minder dan 50.000 m³
€ 14.737,40 (55 x het basistarief) vermeerderd met € 33,50 voor elke 250 m³ of gedeelte daarvan boven 25.000 m³;
d
50.000 m³ of meer
€ 18.088,40 (67,5 x het basistarief) vermeerderd met € 6,70 voor elke hoeveelheid van 250 m³ of gedeelte daarvan boven 50.000 m³.
Artikel 6
Belastingtarieven
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de rioolheffing 2016