De subsidieontvanger dient ieder jaar vóór 1 april in:
de begroting en het activiteitenplan voor het komende
jaar, als bedoeld in art. 23 lid
1, 2 en 4 van deze verordening;
het activiteitenverslag en het financiële verslag over het
afgelopen jaar.
Het college kan overlegging van andere stukken of nadere
informatie vragen, indien zij dit nodig
acht voor de beoordeling van de aanvraag om vaststelling.
3.Indien de aanvraag niet binnen de gestelde termijn is ontvangen, kan
het college een termijn
stellen voor het alsnog indienen van een aanvraag tot vaststelling.
4.Onverminderd het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, vindt
eenmaal per 4 jaar een
beleidsmatige herijking van de subsidieverstrekking plaats.
Hoofdstuk 4.
Artikel 28
Aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling
Onderdeel van nr 12.01 Algemene Subsidieverordening