1.Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan het college de
subsidieverlening intrekken of ten nadele
van de subsidieontvanger wijzigen, indien:
a.de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, niet of niet geheel
hebben plaatsgevonden of
zullen plaatsvinden;
b.de activiteiten zijn verricht in strijd zijn met de van toepassing
zijnde wettelijke voorschriften
en beleidsregels;
c.de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de verplichtingen die aan
de subsidie zijn
verbonden;
d.de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt
en de verstrekking van
onjuiste of onvolledige gegevens tot een andere beschikking op de
aanvraag hebben geleid;
e.de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger
dit wist of behoorde te
weten;
er sprake is van opheffing, faillissement of sureance van
betaling van de instelling;
de doelstelling van een instelling wordt gewijzigd;
de instelling veroordeeld is wegens discriminatie, racisme en/of
strafbare feiten.
De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het
tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij
de intrekking of wijziging anders is bepaald.
Hoofdstuk 8.
Artikel 41
Tussentijdse intrekking of wijziging subsidieverlening (art. 4: 48 Awb)
Onderdeel van nr 12.01 Algemene Subsidieverordening