Het college kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele
van de subsidieontvanger wijzigen:
op grond van feiten of omstandigheden, waarvan het
college bij de subsidievaststelling
redelijkerwijs niet op de hoogte konden zijn en op grond waarvan de
subsidie lager dan
overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;
b.indien de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit
wist of behoorde te
weten, of;
c.indien de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft
voldaan aan verplichtingen
die aan de subsidie verbonden zijn.
2.De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop
de subsidie is vastgesteld,
tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
Hoofdstuk 8.
Artikel 42
Intrekking of wijziging subsidievaststelling (art. 4:49 Awb)
Onderdeel van nr 12.01 Algemene Subsidieverordening