De afdeling Toezicht en Handhaving stemt zijn formatie, werkprocessen en instrumentarium doelmatig op elkaar af. We stellen prioriteiten, omdat de gemeente niet altijd en overal aanwezig kan zijn. Daarbij kijken we kritisch waar toezicht onmisbaar is voor de veiligheid en leefbaarheid in de stad. Op andere gebieden hoeft de gemeente minder of helemaal geen toezicht te houden.
Om de juiste prioriteiten te stellen, maken we een lijst met alle activiteiten op het gebied van toezicht en handhaving. Voor ieder van deze activiteiten stellen we een probleemanalyse op. Zo analyseren we de risico’s, waardoor het voor het gemeentebestuur makkelijker wordt om jaarlijks prioriteiten te stellen. Die nemen we vervolgens op in onze jaarprogramma’s.
De probleemanalyse werkt volgens de formule R = E x K, oftewel Risico = Effect (gevolg) van de overtreding x Kans op naleving. Bij onze analyse hanteren we de volgende acht criteria:
Fysieke veiligheid (het risico voor mens en dier op pijn en letsel).
Veiligheidsgevoel (de mate van invloed op het gevoel van veiligheid).
(Volks)gezondheid (het risico dat burgers op korte of lange termijn schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid ondervinden).
Natuur (het risico op verlies van of schade aan flora en fauna).
Imago (de mate van schade aan het bestuurlijk imago).
Hinder en overlast (het risico op verstoring van de kwaliteit van de leefomgeving).
Financieel-economische schade (het risico dat het de gemeente en/of de gemeenschap geld kost).
Maatschappelijk/sociaal ongewenst (de mate waarin het rechtvaardigheidsgevoel van mensen wordt aangetast en of er een kans bestaat dat er vermenging optreedt tussen de boven- en onderwereld).
We toetsen iedere activiteit op de lijst aan deze criteria en stellen daarbij de vraag: ‘Als we geen toezicht houden of niet handhaven op deze activiteit, hoe groot is dan het risico op [criterium]?’. We geven de activiteit daarbij een score van maximaal vijf punten, waarbij één staat voor een laag risico en vijf voor een hoog risico.
Wanneer we alle activiteiten hebben getoetst, stellen we een prioriteitenlijst op. De activiteiten met de hoogste score staan daarbij bovenaan. Een hoog risico op een van de criteria betekent overigens niet automatisch een hoge prioriteit. We kijken naar het gemiddelde van de negatieve effecten.
Met de prioriteitenlijst in handen kijken we kritisch naar de verwachte resultaten en de daarvoor benodigde personele inzet. Dat betekent niet automatisch dat we enkel handhaven op de hoogst scorende activiteiten. Beleidskeuzes worden immers niet alleen gemaakt op basis van onze probleemanalyse, maar ook op basis van aanvullende criteria, zoals:
politieke prioriteiten (zowel landelijk als gemeentelijk).
beleid.
wettelijke taken versus beleidstaken (als bepaalde wettelijke taken moeten worden opgepakt, kan dat ten koste gaan van beleidstaken).
ontwikkelingen binnen het totale taakveld toezicht en handhaving.
Hierdoor kunnen taken die niet hoog op de lijst staan toch prioriteit krijgen. Denk bijvoorbeeld aan het parkeertoezicht in de binnenstad. Ook kunnen er voor een bepaald jaar speerpunten worden aangewezen; activiteiten die in dat specifieke jaar extra aandacht krijgen.
Uiteindelijk zijn er dus drie soorten activiteiten die onze prioriteiten en personele inzet bepalen:
Speerpunten. Dit zijn de aandachtsgebieden voor dat bepaalde jaar.
Regulier toezicht en handhaving van de activiteiten op de prioriteitenlijst. Denk bijvoorbeeld aan controles die worden uitgevoerd naar aanleiding van aanvragen en controles.
Incidenten. Naast de speerpunten en de reguliere handhaving houden we altijd ruimte voor incidenten. Die kunnen immers altijd dwars door een programma heen gaan door bijvoorbeeld ambtelijke meldingen en handhavingsverzoeken. We houden dus steeds enige ruimte beschikbaar voor een (beperkte) variant van het piepsysteem. Een incident met een groter risico krijgt in principe voorrang boven een incident met een kleiner risico. Dit betekent overigens niet dat incidenten met een kleiner risico geen aandacht krijgen. Ze zullen alleen in de meeste gevallen niet direct worden opgepakt. We pakken ze mee tijdens een ‘toezichts- en handhavingsweek’ of bij andere activiteiten.
Na het bepalen van de activiteiten kijken we hoeveel capaciteit we nodig hebben voor de activiteiten op de lijst. De positie op de prioriteitenlijst is namelijk niet bepalend voor het aantal uren inzet. Om hier een beeld van te krijgen, kijken we naar de uitvoeringspraktijk van de laatste twee jaar. Daarbij houden we ook rekening met de verwachte markt-, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. De beschikbare handhavingscapaciteit wordt daarna in deze volgorde verdeeld over de activiteiten:
Speerpunten.
Activiteiten uit de prioriteitenlijst die op grond van de aanvullende criteria prioriteit hebben.
De hoogst scorende activiteiten op de prioriteitenlijst.
Daarnaast maken we in het Programma 2016 een eerste begin met de introductie van de prioriteringscategorieën. Door het indelen van onze taken in deze categorieën, maken we inzichtelijk wat in Breda de afhandelingstermijn van een taak is. De indeling vindt plaats op basis van:
de mate waarin er direct gevaar is (bijvoorbeeld op het gebied van fysieke en sociale veiligheid).
de omvang of de impact van de overtreding op de omgeving.
de mate waarin zelfredzaamheid een rol kan spelen (bijvoorbeeld door buurtpreventie of het inzetten van burenrecht).
Het toepassen van de prioritering is gemandateerd aan de afdeling Toezicht en Handhaving, waarbij wij verantwoording over dit aspect afleggen in de jaarverslagen T&H. In dit geval dus het Jaarverslag 2016, dat voor 1 mei 2017 verschijnt. De exacte toepassing van de categorieën is terug te vinden in het Programma 2016.
De toepassing van de prioriteringscategorieën brengt een andere dynamiek met zich mee. De interne en externe partners en stakeholders worden hierover proactief geïnformeerd. Voor de zaken die in de categorieën ‘laag’ en ‘zeer laag’ vallen, krijgt de verzoeker een brief. Daarin geven we aan dat de afhandeling geen prioriteit heeft en naar verwachting niet voor 2018 wordt afgehandeld. In 2018 nemen we ruimte op om de zaken die op dat moment nog spelen op te pakken. Vanaf 2018 reserveren we jaarlijks een gedeelte van onze capaciteit voor de categorieën ‘laag’ en ‘zeer laag’, conform de geldende jurisprudentie.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3
Probleemanalyse en prioritering
Onderdeel van Meerjarenprogramma Toezicht en Handhaving Breda 2016-2019