Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7.

Kredietrisicobeheer

Onderdeel van Treasurystatuut 2016

1.. Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury gelden de volgende uitgangspunten: (Tijdelijk) overtollige middelen worden in de schatkist bij het Rijk aangehouden. Uitgezonderd van deze verplichting zijn: Middelen voor zover deze, gerekend over een kwartaal gemiddeld, het drempelbedrag niet te boven gaan. Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal van het openbaar lichaam. Voor openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner of gelijk aan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 250.000 bedraagt. Voor openbare lichamen met een begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan € 3,75 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. Middelen aangehouden in de fondsen, bedoeld in artikel 15:47 van de wet Milieubeheer (door de Gedeputeerde Staten van een provincie opgericht fonds, bestemd voor de zorg van gesloten stortplaatsen). Middelen op een G-rekening als bedoel in artikel 1, onder k, van de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeveraansprakelijkheid 2004 (een geblokkeerde rekening, welke bij een bank wordt aangehouden en waarvan de saldi uitsluitend zijn bestemd voor betaling van verschuldigde loonbelasting en omzetbelasting, in verband waarmee op die saldi ten behoeve van de ontvanger een pandrecht is gevestigd). Gelden die conform lid 1 uitgezonderd zijn van de verplichting om in de schatkist bij het Rijk te worden aangehouden, worden uitsluitend uitgezet: bij financiële instellingen met minimaal een A rating afgegeven door tenminste één gezaghebbende ratingbureau of bij instellingen voor wiens waardepapieren een solvabiliteitseis geldt van 0%; tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het einde van de looptijd nog in tact is en de looptijd gemaximeerd is tot 2 jaar. 2.. In afwijking van het eerste lid mogen overtollige liquide middelen in de vorm van leningen uitgezet worden bij an derde decentrale overheden en aan de gemeente Roosendaal 3.. Derivaten worden uitsluitend gebruikt voor het beperken van financiële risico’s. 4.. Voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan 1 jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen opgevraagd en vastgelegd. 5.. Overeenkomsten voor het aangaan van leningen het uitzetten van geldmiddelen of het verlenen van garanties luiden in euro. 6.. Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden zoveel mogelijk zekerheden of garanties geëist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel