Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8.

Borgstellingen en garanties

Onderdeel van Treasurystatuut 2016

1.. De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” groter dan € 250.000 uitsluitend verstrekken aan door de Gemeenteraad goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf advies wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij. 2.. Verzoeken voor borgstellingen worden in ieder geval afgewezen: Als de borgstelling geheel via een waarborgfonds kan lopen; Als louter sprake is van rentabiliteitsafwegingen (goedkoper lenen en risico afschuiven op de gemeente); Als de aanvrager over voldoende eigen vermogen beschikt om in de financiering te kunnen voorzien, bijvoorbeeld het eigen vermogen; Als de omvang van de lening dusdanig hoog is dat de hieraan verbonden risico’s in alle redelijkheid voor de gemeente niet meer verantwoord zijn. 3.. De gemeente Roosendaal mag geen borgstellingen aan organisaties verstrekken die daarvoor een beroep kunnen doen op een waarborgfonds. Indien het waarborgfonds voor een borgstelling de voorwaarde heeft dat de gemeente eveneens borg staat voor (een deel van) een lening, dan zal de gemeente het verzoek in overweging nemen. Hierbij gelden de algemene uitgangspunten en voorwaarden die in dit statuut worden genoemd. Bij de beoordeling van het verzoek zal de gemeente Roosendaal gebruik maken van de expertise van het betreffende waarborgfonds. Alleen indien dit noodzakelijk wordt geacht, zal aanvullend onderzoek door de gemeente plaatsvinden. 4.. In bijlage 2 van dit treasurystatuut zijn nadere voorwaarden benoemd die bij een verzoek tot garant- of borgstelling in acht moeten worden genomen.

Rechtspraak bij dit artikel