1.Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17 van de wet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand of inzetten van reïntegratiemiddelen, wordt de verlaging afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
2.Bij een benadelingsbedrag tot € 100,-- wordt er geen verlaging opgelegd, maar wordt er volstaan met een waarschuwing. Wanneer er echter sprake is van recidive binnen een periode van 12 maanden na bekendmaking van de waarschuwing, wordt er een verlaging opgelegd van 5% van de bijstandnorm gedurende één maand.
3.Onverminderd artikel 2, tweede lid, en artikel 3, derde lid, wordt de verlaging op de volgende wijze vastgesteld:
a.bij een benadelingsbedrag van € 100,-- tot € 500,--: 5% van de bijstandsnorm gedurende één maand;
b.bij een benadelingsbedrag van € 500,00 tot € 1000,--: 10% van de bijstandsnorm gedurende één maand:
c.bij een benadelingsbedrag van € 1000,-- tot € 2000,--: 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand;
d.bij een benadelingsbedrag van € 2000,-- tot € 4000,--: 40% van de bijstandsnorm gedurende één maand;
e.bij een benadelingsbedrag van € 4000,-- of meer: 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand.
4.De duur van de verlaging wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een verlaging wordt toegepast opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbare aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een verlaging is toegepast wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, derde lid.
5.Van het toepassen van de verlaging kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
6.Indien er aangifte wordt gedaan bij het Openbaar Ministerie wegens valsheid in geschrifte, wordt er geen verlaging toegepast, tenzij het Openbaar Ministerie tot seponeren overgaat.
Hoofdstuk 3
Artikel 13
- Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de bijstand of reïntegratie-middelen
Onderdeel van nr 12.10 Afstemmingsoverordening Wet werk en bijstand