Naar hoofdinhoud
1.. Bij de melding voor de start van de werkzaamheden in AVOI-manager voegt de melder indien nodig het bijbehorende verkeersplan dan wel de tijdelijke verkeersmaatregel toe. Daarin wordt vermeld de datum van de geplande aanvang en tijdsduur van het werk, de eventuele fasering en de werkvolgorde. 2.. De verkeersmaatregelen dienen te voldoen aan de maatregelen conform publicatie 96b van de CROW.: maatregelen bij werken in uitvoering op niet-autosnelwegen en wegen binnen de bebouwde kom, deze dienen tijdens de hele duur van het werk in acht te worden genomen. 3.. De werkzaamheden moeten naar genoegen van de gemeente in tijd en uitvoeringswijze zodanig worden gepland dat het verkeer en met name het langzame verkeer (voetgangers en fietsers) over de weg niet wordt gestremd en zo min mogelijk wordt belemmerd en dat de belemmering van de bereikbaarheid van woningen, bedrijven en openbare voorzieningen tot het minimum wordt beperkt. 4.. Indien een tijdelijke verkeersomleiding noodzakelijk is, wordt deze gerealiseerd door de aanbieder, beheerder en/of uitvoerder in overleg met de gemeente. De verkeersomleiding wordt aangegeven door borden, maar kan ook tijdelijke wegverhardingen, verkeerslichten, geleideblokken, belijningen, afzetmaterialen en dergelijke omvatten. 5.. Het werkterrein mag niet worden afgezet voordat de daardoor noodzakelijk geworden verkeersomleidingen functioneren. 6.. Machines, voertuigen, gereedschappen en materialen, alsmede de bij het graven vrijkomende grond dienen binnen de afzetting te worden gehouden en buiten de voor de voetgangers bestemde looproute. 7.. In geval van doodlopende straten of woonerven dient de beheerder of aanbieder en/of uitvoerder er zorg voor te dragen, middels tijdelijke verkeersmaatregelen en /of aan te brengen tijdelijke voorzieningen (bijvoorbeeld rijplaatbanen, tijdelijke waterkruisingen of doorsteken door groenstroken etc.), dat de bereikbaarheid van hulpdiensten en per auto van aanliggende woningen en bedrijven tijdens de uitvoering van de werkzaamheden te allen tijde, is gegarandeerd. 8.. In geval van omleidingen dient de beheerder of aanbieder de hulpdiensten, bewoners en eventueel openbaar vervoer te informeren. 9.. Woningen dienen altijd bereikbaar te zijn via bijvoorbeeld loopschotten. 10.. Indien de gemeente het noodzakelijk acht, vooral bij het afsluiten van belangrijke verkeerswegen, kan de beheerder of aanbieder worden verplicht zoveel mogelijk ´s nachts of in de avonduren de werkzaamheden uit te voeren. Dit zal, indien vooraf bekend, bij het instemmingbesluit of vergunning schriftelijk worden medegedeeld. 11.. Een oversteek in de rijbaan moet zoveel mogelijk half om half worden opgebroken. 12.. Verkeersvoorzieningen, die tijdelijk geen dienst doen, dienen door beheerder of aanbieder terstond verwijderd c.q. afgedekt te worden tot het tijdstip dat deze weer nodig zijn. Het afvoeren van deze voorzieningen dient op een zodanig zorgvuldige wijze te geschieden dat er geen beschadigingen optreden. Bouwmaterialen dienen goed beveiligd te worden zodat derden daartoe geen toegang hebben. 13.. Tijdelijke bebording mag niet aangebracht worden aan bestaande verticale elementen inclusief lichtmasten. 14.. Het afvoeren van voorzieningen moet op een zorgvuldige wijze gebeuren ter voorkomen van beschadigingen aan gemeentelijke en particuliere eigendommen. 15.. De gemeente kan controleren of het werk veilig wordt uitgevoerd en is bevoegd om, bij onveilige situaties, correctieve maatregelen af te dwingen. 16.. De afzettingen en verkeersvoorzieningen dienen zodanig te worden geplaatst dat voetgangers en wielrijders een vrije en ongevaarlijke doorgang wordt gegarandeerd. 17.. Gedurende de uitvoering van het werk tot de oplevering is de aanbieder, beheerder en/ of uitvoerder verantwoordelijk voor de plaatsing, stabiliteit, zichtbaarheid en deugdelijkheid van de borden, afzetmaterialen, geleideblokken en dergelijke ten behoeve van de verkeersomleiding; 18.. Indien tijdelijke opslag van grond binnen de afzettingen niet mogelijk is en de grond enige tijd op een andere plaats opgeslagen moet worden, mag dit alleen geschieden met toestemming van de Omgevingsdienst West-Holland. 19.. Opbrekingen dienen aan het eind van iedere werkdag vrij van losliggende materialen te worden achtergelaten.

Rechtspraak bij dit artikel