Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Juridisch kader

Onderdeel van Beleidsregel stadionomgevingsverboden Breda 2015

De convenantpartners NAC Breda, de gemeente Breda, de politie, het Openbaar Ministerie, brandweer en GHOR hebben zich verbonden aan een niet vrijblijvende samenwerking bij de organisatie van betaald voetbalwedstrijden. Deze samenwerking is vastgelegd in het convenant ‘Veilig Voetbal Breda’. Hierin is de ketenbenadering uitgangspunt, waarbij alle betrokkenen vanuit hun eigen verantwoordelijkheden en taken een bijdrage leveren aan het behalen van de doelstelling. Het doel van het convenant is te komen tot een zodanig afgestemde aanpak van wedstrijdregelingen dat de betaald voetbalwedstrijden zowel voor bezoekers als voor de omgeving plezierig en veilig verlopen. De burgemeester is op grond van artikel 172 en 174 van de Gemeentewet eindverantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid in de gemeente Breda. Op voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders is door de gemeenteraad in de Algemeen Plaatselijke Verordening Breda 2014 (APV) in het belang van de handhaving van de openbare orde bij voetbalwedstrijden een afdeling 7b (voetbal) opgenomen. In deze afdeling 7b zijn specifieke regels opgenomen inzake de organisatie van betaald voetbalwedstrijden en aangaande de ordehandhaving rondom voetbalwedstrijden. In artikel 2:50 van de APV is de burgemeester de bevoegdheid gegeven om in het belang van de openbare orde een stadionomgevingsverbod (SOV) op te leggen. Dit verbod dient schriftelijk te worden opgelegd. Artikel 2:50 APV luidt als volgt: De burgemeester kan aan een persoon in het belang van de openbare orde schriftelijk het verbod opleggen zich op te houden in de omgeving van het stadion vanaf 4 uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot 4 uur na afloop van de voetvalwedstrijd van de organisator. Het verbod geldt voor een bepaalde periode welke niet langer is dan 2 jaar. De wijze waarop de burgemeester gebruik maakt van deze bevoegdheid is beschreven in deze beleidsregel. De burgemeester heeft vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid daarbij een eigen verantwoordelijkheid waarin hij een eigen afweging moet maken. De maatregel is een zwaar middel omdat het een persoon beperkt in diens bewegingsvrijheid. Daarom moet een besluit tot het opleggen van een SOV goed worden gemotiveerd. Als de reguliere bevoegdheden zoals genoemd in artikel 2:50 APV niet toereikend zijn kan gebruik worden gemaakt van deze bevoegdheid. Artikel 172a Gemeentewet is een zwaardere bevoegdheid. De bevoegdheid kan in plaats van (gebiedsverbod) of in aanvulling op (meldplicht) de bevoegdheid van artikel 2.50 APV worden ingezet. In de ‘beleidsregels aanpak voetbalvandalisme en ernstige overlast Breda’ is beschreven hoe de burgemeester omgaat met zijn bevoegdheid in artikel 172a Gemeentewet. Een SOV op basis van artikel 2.50 APV is een besluit als bedoeld in de Algemene Wet Bestuursrecht waartegen voor een belanghebbende bezwaar en beroep open staat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel