Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Voorwaarde voor opleggen SOV

Onderdeel van Beleidsregel stadionomgevingsverboden Breda 2015

Kwaadwillende supporters zoeken buiten het stadion voor en na de wedstrijd de confrontatie. Sommigen al dan niet onder invloed van alcohol en/of andere middelen (harddrugs). Deze personen blijven daartoe rondhangen in de omgeving van het stadion en de route waarlangs de bezoekende supporters aankomen c.q. het stadion verlaten en wachten hun kans af een confrontatie aan te gaan. Dit in een drukke omgeving waar zich op dat moment massa’s goedwillende bezoekers bevinden die naar dan wel van het stadion komen. Dit betekent een risico op escalatie. Dit doordat omstanders er bij betrokken geraken of zich er mee gaan bemoeien. Hierdoor lopen goedwillende supporters waaronder gezinnen met kinderen de kans slachtoffer te worden van de ordeverstoringen. In zo’n risicovolle omgeving past geen enkele tolerantie naar ordeverstoorders. Daarbij is het doel van het landelijk beleidskader zovele mogelijk te streven naar normalisatie. Het hardnekkige wangedrag van een hooligans maakt dat het voetbal steeds weer geconfronteerd wordt met ernstige ordeverstoringen die afbreuk doen aan het voetbal en de veiligheid in en rondom het stadion. In het landelijk beleidskader is het doel te komen tot normalisatie. Dit landelijk beleidskader is ook richtinggevend voor de lokale driehoek. Streven daarbij is vooral de ordeverstoorders als daders aan te pakken en voor zover mogelijk te voorkomen dat met algemene veiligheidsmaatregelen ook de goedwillende supporters worden benadeeld. De hardnekkige problematiek van de voetbalcriminaliteit vraagt intolerantie jegens ordeverstoringen rondom voetbalwedstrijden. Dit betekent dat waar het gaat om voetbal gerelateerde ordeverstoringen de burgemeester direct na een eerste openbare orde verstoring een SOV oplegt. De burgemeester gaat over tot het opleggen van een SOV aan een persoon nadat: Nadat vast is komen te staan dat de persoon een voetbal gerelateerde openbare orde verstoring heeft gepleegd 1 Als de openbare orde verstoring namelijk niet voetbal gerelateerd is zal de burgemeester gebruik maken van zijn bevoegdheid tot het opleggen van een gebiedsverbod als genoemd in artikel 2.65.APV.. Een ordeverstoring is in ieder geval voetbal gerelateerd als deze is gepleegd in of direct rondom het stadion op een dag dat een voetbalwedstrijd wordt gespeeld. Nadat is vast komen te staan dat aan een persoon een privaatrechtelijk stadionverbod is opgelegd voor een gedraging waarbij de openbare orde in of rondom het stadion is verstoord. In voorkomende gevallen kan de burgemeester er voor kiezen gebruik te maken van zijn zwaardere bevoegdheid in artikel 172a Gemeentewet. Hiervoor wordt verwezen naar de ‘beleidsregels aanpak voetbalvandalisme en ernstige overlast Breda’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel