Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Werkwijze

Onderdeel van Beleidsregel stadionomgevingsverboden Breda 2015

A. Uitreiken voornemen SOV Nadat het de politie gebleken is dat een persoon een voetbal gerelateerde ordeverstoring heeft gepleegd, welke bestaat uit een overtreding van één of meer feiten van de feitentabel, wordt aan de persoon schriftelijk een voornemen SOV uitgereikt. Het opleggen van het voornemen wordt door de burgemeester gemandateerd aan met name genoemde functionarissen van de politie eenheid Zeeland-West Brabant, district De Baronie. Het voornemen wordt door de politie aan de betrokken persoon uitgereikt. Het kan soms enige tijd kan duren voordat door de politie kan worden vastgesteld dat een persoon bij een (in groepsverband gepleegde) ordeverstoring was betrokken. Dit omdat zoals al aangegeven veelal geprobeerd wordt in de anonimiteit van een groep te opereren bij ordeverstoringen. Onderzoek naar camerabeelden en horen van getuigen wat daarvoor nodig kan zijn kan tijd kosten. Ook al is hiervoor enige tijd verstreken na de ordeverstoring, het is geen reden af te zien van het opleggen van een SOV. Indien de ordeverstoring is gepleegd binnen een periode van zes maanden na afloop van een eerder SOV wordt geen voornemen meer uitgereikt maar zal de burgemeester na ontvangst van de rapportage van de politie direct overgaan tot het opleggen vaan een SOV. Indien de spoedeisendheid daartoe noodzaakt (artikel 4:11 Awb) kan de burgemeester gemotiveerd afzien van een voornemen en direct overgaan tot het opleggen van een stadionomgevingsverbod. B. Rapportage politie Nadat de politie het voornemen tot het opleggen van een SOV heeft uitgereikt dan wordt de volgende werkdag door de politie aan de burgemeester een dossier overlegd met alle relevante feiten. Het dossier dient in ieder geval te bevatten: Persoonsgegevens van de betrokkene Het gebied waarvoor het voornemen is uitgereikt dan wel het SOV zou moeten gelden Indien van toepassing de reden waarom het SOV voor het uitgebreide gebied moet gelden Het feit c.q. feiten waarvoor het voornemen is uitgereikt en de plaats waar de feiten zijn gepleegd Een toelichting waaruit blijkt dat de ordeverstoring voetbal gerelateerd is Eventuele overige (strafrechtelijke) achtergrondgegevens met betrekking tot eerder openbare orde verstoringen (zoals eerdere processen-verbaal, meldingen. Rapporten, mutaties, etc.). Dit met als doel om een totaalbeeld van de gedragingen van betrokkene te schetsen; Contactgegevens van de betrokken ambtenaar die het voornemen heeft opgelegd Een afschrift van het uitgereikte voornemen SOV en dat dit aan betrokkene is uitgereikt Indien de ordeverstoorder direct in aanmerking komt voor een SOV hoeft het afschrift van het voornemen niet te worden bijgevoegd maar wordt in het dossier vermeld dat datum van het besluit waarmee het vorige SOV werd opgelegd en de einddatum van de duur van dit SOV. C. Zienswijze Betrokkene kan binnen vijf werkdagen na het uitreiken van het voornemen zijn zienswijze kenbaar maken aan de burgemeester. Dit kan schriftelijk of mondeling. Een verzoek om de zienswijze mondeling kenbaar te maken dient binnen de termijn te worden gedaan die de burgemeester geeft voor het kenbaar maken van de zienswijze. Van het zienswijzegesprek wordt door de gemeente een verslag gemaakt. De zienswijze wordt meegenomen in het uiteindelijk door de burgemeester te nemen besluit. D. Opleggen SOV De burgemeester legt in de regel een SOV op binnen twee weken na: De telefonisch gegeven zienswijze of het zienswijzegesprek Het ontvangst van de schriftelijke zienswijze Na afloop van de zienswijzetermijn als betrokkene geen zienswijze heeft ingediend Indien de zienswijze aanleiding geeft tot nader onderzoek kan deze termijn langer duren. In dit geval informeert de burgemeester betrokkene hierover. Het SOV treedt in werking op de dag dat het SOV aan betrokkene wordt uitgereikt tenzij de burgemeester dit in het SOV anders aangeeft. Als een SOV wordt uitgereikt terwijl er al een SOV geldt dan gaat de termijn van het nieuwe verbod in na afloop van het eerdere SOV. Nadat het SOV door de burgemeester is opgelegd reikt de politie dit in persoon uit aan betrokkene of bezorgd dit op diens huisadres. De politie stuurt het uitreikbewijs getekend aan de burgemeester terug. In het besluit staat voor welk tijdvak het verbod van toepassing is en voor welk gebied. Bij het SOV wordt een kaart van dit gebied bijgevoegd. Ook wordt vermeld op welke gedragingen en feiten het gebiedsverbod is gebaseerd. Betrokkene wordt gewezen op de mogelijkheid van bezwaar tegen het definitieve besluit. Als de burgemeester besluit geen SOV op te leggen ontvangt betrokkene daarvan schriftelijk bericht. Een afschrift van het besluit wordt na uitreiking door de burgemeester gezonden aan de officier van justitie, de betrokken teamchef van politie en het veiligheidshuis. Het opleggen van een SOV staat los van het wel of niet strafrechtelijk vervolgen door de officier van justitie tegen de gepleegde feiten. Dit is een eigenstandige afweging van de officier van justitie waarbij qua bewijslast de strafrechtelijke regels gelden. Deze zijn ingevolge vaste jurisprudentie niet van toepassing in het bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel