Verlenging
Indien een persoon tijdens de looptijd van een op basis van artrkel172a Gemeentewet opgelegd gebieds- of groepsverbod wederom de openbare orde verstoord dan wordt het gebiedsverbod verlengd met de duur behorende bij het (nieuw) gepleegde feit. Hiertoe wordt ook gerekend het niet voldoen aan het op basis van de APV opgelegd gebiedsverbod en stadionomgevingsverbod of artikel 172a Gemeentewet opgelegde burgemeestersbevel. Uit het feit dat een persoon ondanks het bevel toch weer het gebied in gaat kan worden afgeleid dat deze persoon niet bereid is diens gedrag te verbeteren en aldus een risico is dat deze persoon de openbare orde wederom zal gaan verstoren. Indien de situatie zich daarvoor leent kan de burgemeester – voor zover al niet aan de orde - er voor kiezen de persoon dan ook een meldplicht op te leggen.
De verlenging van een maatregel zal in de regel aan de orde zijn als de herhaalde openbare orde verstoring zich heeft voorgedaan in het aangewezen gebied waar de maatregel van toepassing is. Er zijn echter ook situaties mogelijk waarbij de nieuwe openbare orde verstoring wordt gepleegd buiten het aangewezen gebied, maar waarbij uit de aard van de gedraging kan worden afgeleid dat verlenging van het gebieds- of groepsverbod noodzakelijk is om herhaling te voorkomen. Bijvoorbeeld indien een gebiedsverbod werd opgelegd voor de omgeving van het voetbalstadion en de herhaalde openbare orde verstoring buiten dit gebied was maar wel voetbal gerelateerd. Of indien de persoon in kwestie zijn openbare orde verstorend gedrag heeft voortgezet in een andere vergelijkbare omgeving. Dit bijvoorbeeld als een persoon een gebiedsverbod heeft voor het uitgaansgebied en vervolgens gedurende het verbod zijn overlast gevende gedrag voortzet in een ander uitgaansgebied.
Voor het overige kan de noodzaak tot verlenging blijken uit andere feiten en omstandigheden. Bijvoorbeeld omdat de persoon in kwestie aangeeft voornemens te zijn na afloop van zijn maatregel wederom de openbare orde te zullen gaan verstoren.
Recidive
Indien een persoon binnen zes maanden na de afloopdatum van een maatregel op grond van artikel 172a of artikel 172b Gemeentewet wederom de openbare orde verstoord wordt direct een nieuwe maatregel opgelegd. Dan wordt geen voornemen meer verzonden. Dit wordt gerechtvaardigd door het feit dat betrokkene in deze situatie met het eerdere SOV al voldoende gewaarschuwd is en een kans heeft gehad en desondanks zijn gedrag niet heeft aangepast. Er is dan een gerechtvaardigde vrees voor een hernieuwde openbare ordeverstoring.
Als een persoon tijdens de looptijd van een op grond van artikel 2.50 APV (stadionomgevingsverbod) of 2.65 APV (gebiedsverbod) opgelegd SOV de openbare orde wederom overtreedt in het aangewezen gebied wordt direct een gebiedsverbod of als de situatie zich daartoe leent een meldplicht opgelegd op grond van artikel 172a Gemeentewet zonder dat eerst een voornemen wordt verzonden. Ook het overtreden van een dergelijk verbod wordt als een openbare orde verstoring aangemerkt. Kennelijk is de opgelegde maatregel te licht om herhaling van de openbare orde verstoring te voorkomen en is een zwaarder regime nodig om de herstelmaatregel effectief te laten zijn.
Artikel 7.
Verlenging en recidive
Onderdeel van Beleidsregel aanpak voetbalvandalisme en overlast Breda 2015