Naar hoofdinhoud
De hierna gegeven regels met betrekking tot de werkwijze gelden ook voor bevelen met betrekking tot 12-minners, met dien verstande dat deze bevelen worden opgelegd aan de personen die het gezag uitoefenen over de minderjarige (hierna ouders/voogden). Dit betekent dat: Het voornemen en het bevel worden geadresseerd en uitgereikt aan de ouders/voogden; De ouders /voogden de gelegenheid krijgen hun zienswijze kenbaar te maken; Het zienswijzegesprek plaatsvindt met de ouders/voogden. De ouders/voogden kunnen zich in het zienswijzegesprek door hun kind laten vergezellen; De ouders/voogden bezwaar en beroep kunnen aantekenen tegen een definitieve beschikking. A. Waarschuwing Uitgezonderd de situaties waarbij op grond van deze beleidsregel een waarschuwing niet aan de orde is, verzoekt de politie, als een persoon minimaal twee maal de openbare orde heeft verstoord binnen een periode van 6 maanden, de burgemeester de persoon een waarschuwing te geven. Bij dit verzoek wordt een dossier gevoegd. Daarbij wordt in het verzoek in ieder geval aangegeven: Waarom de persoon in aanmerking komt voor een waarschuwing; Welke bevoegdheid gevraagd wordt in te zetten bij herhaling van het orde verstorende gedrag; Een duidelijke omschrijving van het gebied waarvoor de maatregel dan zal moeten worden opgelegd. Het dossier dat bij te verzoek voor een waarschuwing wordt gevoegd dient onder andere te bevatten: De contactgegevens van de behandelend politieambtenaar De contactgegevens van de ordeverstoorder waaronder ten minste de naam, geboortedatum en plaats, (indien van toepassing) woonadres en indien van toepassing de gegevens van de persoon die het gezag over de minderjarige uitoefent; De processen-verbaal van de orde verstorende gedragingen die leiden tot het verzoek tot het waarschuwen; Eventuele andere registraties bij de politie over de betrokken persoon over de afgelopen twee jaar. Dit om extra inzicht te verkrijgen in de gedragingen van de betrokkene en de kans op herhaling van diens orde verstorend gedrag); Bij twaalfminners: het traject dat is doorlopen met de betreffende groep en/of persoon zijnde alle al genomen interventies en het effect daarvan. B. Verzoek aan de burgemeester Indien de politie van mening is dat een bepaald persoon een bevel als bedoeld in deze beleidsregel moet worden opgelegd, dan verzoekt de politie dit aan de burgemeester. Bij dit verzoek wordt een dossier gevoegd. Daarbij wordt in het verzoek in ieder geval aangegeven: Waarom de burgemeester gevraagd wordt gebruik te maken van zijn bevoegdheid of als een waarschuwing is verzonden welke nieuwe openbare orde verstoring betrokkene heeft gepleegd; Welke bevoegdheid gevraagd wordt in te zetten; Een duidelijke omschrijving van het gebied waarvoor de maatregel moet worden opgelegd. Het dossier dat bij het verzoek wordt gevoegd dient – voor zover niet al bij een verzoek om een waarschuwing gevoegd - onder andere te bevatten: De contactgegevens van de behandelend politieambtenaar De contactgegevens van de ordeverstoorder waaronder ten minste de naam, geboortedatum en plaats, (indien van toepassing) woonadres en indien van toepassing de gegevens van de persoon die het gezag over de minderjarige uitoefent; De processen-verbaal van de orde verstorende gedragingen die leiden tot het verzoek voor een waarschuwing; Eventuele andere registraties bij de politie over de betrokken persoon over de afgelopen twee jaar. Dit om extra inzicht te verkrijgen in de gedragingen van de betrokkene en de kans op herhaling van diens orde verstorend gedrag); Afschriften van aan de persoon opgelegde gebiedsverboden (zowel APV als gemeentewet), stadionomgevingsverboden, groepsverboden en meldplichten in de afgelopen twee jaar; Indien een meldplicht wordt gevraagd (ook in andere gemeente): gegevens van de locatie en de instantie waar de persoon zich met melden; Indien er sprake is van een verzoek tot verlenging van de maatregel(en): het proces-verbaal en/of andere registraties waaruit blijkt de hernieuwde vrees voor verstoring van de openbare orde. Bij 12-minners: het traject dat is doorlopen met de betreffende groep en/of persoon zijnde alle al genomen interventies en het effect daarvan. Bij 12-minners de contactgegevens van eventuele zorginstanties en/of andere instanties die betrokken zijn bij de overlastgever; C. Uitreiken voornemen Op basis van het dossier beslist de burgemeester of hij aan betrokkene een bevel zal geven op basis van art. 172a of 172b Gemeentewet of als niet wordt voldaan aan de voorwaarden in deze beleidsregel hij eerst gebruik maakt van de bevoegdheden in de APV of als er nog geen drie openbare orde verstoringen zijn gepleegd in een periode van 12 maanden hij eerst waarschuwt. Als wordt voldaan aan de voorwaarden in deze beleidsregel en de burgemeester op grond daarvan een bevel te geven dan wordt in de regel eerst een voornemen uitgereikt. Het voornemen wordt door de politie in persoon uitgereikt of op diens huisadres bezorgd. Vooraleer de burgemeester daartoe besluit stemt hij in verband met de samenloopregeling af met de officier van justitie. Indien de betrokkene in de voorafgaande zes maanden ook al een bevel op grond van artikel 172a of artikel 172b Gemeentewet heeft gehad wordt geen voornemen meer gestuurd, maar direct overgegaan tot het opleggen van een nieuw bevel. Dit wordt gerechtvaardigd door het feit dat de betrokkene in deze situatie al de nodige kansen heeft gehad maar desondanks zijn gedrag niet heeft aangepast. Er is dan een gerechtvaardigde vrees voor een hernieuwde ordeverstoring. Van de mogelijkheid om een zienswijze te geven kan op grond van artikel 4:11 Awb worden afgezien als de vereiste spoed zich tegen horen verzet. Daarnaast kan het horen achterwege blijven als de ordeverstoringen door de betrokkene alleen kan worden voorkomen als de betrokkene niet van tevoren al in kennis wordt gesteld van de op te leggen maatregel. D. Zienswijze Betrokkene krijgt tot vijf werkdagen na het uitreiken c.q. bezorgen van het voornemen de gelegenheid om diens zienswijze aan de burgemeester kenbaar te maken. Dit kan schriftelijk of mondeling. Indien betrokkene dit mondeling wil doen kan diegene daarvoor binnen de termijn die is gegeven voor het geven van de zienswijze een afspraak maken met het kabinet van de burgemeester. Van het zienswijzegesprek wordt door de gemeente een verslag gemaakt. Opleggen bevel Het bevel wordt door de politie in persoon uitgereikt of bezorgd op het woonadres van betrokkene. Ook wordt een exemplaar per post naar het woonadres van betrokkene gestuurd. De geadresseerde van het bevel wordt gewezen op de mogelijkheid bezwaar aan te tekenen tegen het besluit. Ook als de burgemeester besluit geen maatregel op te leggen ontvangt de betreffende persoon daarvan schriftelijk bericht. In het besluit worden opgenomen: Vermelding van de ordeverstoringen die ten grondslag liggen aan de opgelegde maatregel met daarbij de locaties waar en tijdstippen waarop deze zijn gepleegd; Indien van toepassing een reactie op de zienswijze; Waarom de maatregel nodig is (motivering) Een concrete vermelding van de objecten of plaatsen waar en dagen en tijdstippen waarop de betrokkene zich (al dan niet in groepsverband of in geval van bevel 12-minners met of zonder begeleiding) niet meer mag bevinden en in het geval van een meldplicht op welke dagen en tijdstippen de persoon zich op welke locatie (adres) bij wie moet melden; De ingangsdatum en duur van het bevel; Een afschrift van het bevel wordt gezonden aan de desbetreffende teamchef van politie en aan het openbaar ministerie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel