Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 4.6.2

Resultaten

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Winterswijk 2016

Diverse resultaten worden afhankelijk van de problematiek van de cliënt en de doelen in het ondersteuningsplan, beoogd door het leveren van individuele ondersteuning. Per cliënt wordt in het ondersteuningsplan bepaald welk van de volgende resultaten van toepassing zijn voor de cliënt zoals: De cliënt woont zelfstandig en slechts onderbroken door tijdige interventies waarbij huisvesting niet in gevaar komt; De cliënt is financieel stabiel (al dan niet met inkomensbeheer/bewindvoering) en heeft een overzicht van de eigen in- en uitgave en kan (verantwoorde) keuzes maken; De cliënt heeft een sociaal netwerk waar hij op terug kan vallen; De cliënt herkent problematiek bij zichzelf (op ieder domein) en kan hierdoor adequaat reageren (hulp inroepen); De cliënt blijft zorgdragen voor zichzelf (balans draagkracht en draaglast), hierbij kan hij/zij zijn Mantelzorger(s) en netwerk inzetten; De cliënt heeft een dagbesteding (parttime/fulltime) en is tevreden met zijn dagbesteding; De eventuele verslaving van de cliënt is onder controle; De cliënt heeft zelden contact met justitie; De cliënt heeft structuur in zijn dag: huishouden, boodschappen, maaltijden, dag- en nachtritme etc. De cliënt houdt zelfstandig een huishouden bij. De ondersteuningsvorm van individuele ondersteuning kent drie niveaus: basis, middel en zwaar. Het niveau sluit aan bij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. A. Individuele ondersteuning (basis) Middel: Stimuleren en toezicht De zelfredzaamheid is minimaal op één leefgebied (zie zelfredzaamheidsmatrix) laag of onvoldoende. De cliënt beschikt over voldoende verandercapaciteit en heeft voldoende mogelijkheden tot ontwikkelen van vaardigheden. Het vergroten van de eigen kracht kan bij deze cliënt veelal een positief effect hebben op alle leefgebieden. Vaak is in het begin de ondersteuning van intensievere aard, voor het aanleren van vaardigheden. In de tweede fase zal de ondersteuning meer gericht zijn op toezicht houden en blijvend inzetten van de aangeleerde vaardigheden. De cliënt (en zijn omgeving) leert (leren) vaardigheden om voldoende te participeren, dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren en het persoonlijke leven te structureren en daar zoveel mogelijk regie over te voeren. De inzet van de professional kan fluctueren. B. Individuele ondersteuning (middel) Middel: Helpen bij De zelfredzaamheid is op minimaal één leefgebied onvoldoende. De cliënt beschikt over een beperkte verandercapaciteit en heeft beperkte mogelijkheden tot ontwikkelen van vaardigheden. Het vergroten van de eigen kracht kan bij deze cliënt een veelal stabiliserend tot beperkt positief effect hebben op één of meer leefgebieden. Bij deze cliënt is sprake van onvoldoende vaardigheden en mogelijkheden om in verschillende situaties (op gewenst niveau) te participeren, eigen regie te creëren en te behouden. Behalve de cliënt, speelt de omgeving een belangrijke rol in het realiseren van gewenste participatie. De aard van de vraag kan voorkomen uit een aandoening die gekenmerkt wordt door een fluctuerende intensiteit van ernst, de cliënt kan daarbij ‘goede’ en ‘slechte’ periodes hebben. De inzet van de professional kan hierdoor ook fluctueren. C. Individuele Ondersteuning (zwaar) Middel: Overnemen regie De zelfredzaamheid is op meerdere leefgebieden onvoldoende. De cliënt beschikt over onvoldoende verandercapaciteit en heeft onvoldoende mogelijkheden tot ontwikkeling van vaardigheden. Het vergroten van de eigen kracht kan bij deze cliënt maximaal een stabiliserend effect hebben op één of meerdere leefgebieden. De aard van de vraag komt voort uit een (chronische) aandoening die gekenmerkt kan zijn door een (progressieve) achteruitgang. De cliënt kan hierdoor niet of onvoldoende functioneren op één of meer leefgebieden en de mantelzorger(s)/het gezin is belast met de overname van de taken. Er is sprake van complexe en soms meervoudige problematiek. De inzet van de ondersteuning kan wisselend zijn en is veelal een combinatie van specialistische en acute vragen. Afhankelijk van de fasen/situatie/leefgebied zal deze specialistische inzet, welzijnsactiviteiten of informele ondersteuning zijn. Het ondersteuningstraject is langdurig en specialistisch van aard. Het voorkomen en/of vertragen van achteruitgang van participatie staat centraal. Ondersteuning draagt bij aan het ontlasten van de mantelzorger. Toename van zelfredzaamheid kan mogelijk zijn.

Rechtspraak bij dit artikel