Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 3.

(Boven) gebruikelijke hulp

Onderdeel van Beleidsregels WMO en Jeugdhulp gemeente Heusden 2016

Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse hulp, zorg of begeleiding die partners, ouders, inwonende kinderen en/of andere huisgenoten geacht worden elkaar te bieden. Gebruikelijke hulp valt niet onder de Wmo. Bovengebruikelijke hulp is alle hulp die de gebruikelijke hulp per dag overstijgt. Bovengebruikelijke hulp komt, wanneer dit meer dan 1 uur langer in beslag neemt dan de gebruikelijke hulp, in aanmerking voor ondersteuning. Voorbeeld: een jongen van 16 jaar moet verschoond en gewassen worden. Dit kost per dag 2,5 uur. Een gezonde jongen van 16 hoeft niet verschoond en gewassen te worden.  De bovengebruikelijke zorg is 2,5 uur, waarvan 1,5 uur ondersteuning ingezet kan worden Van partners, volwassen kinderen en huisgenoten mag in kortdurende situaties (maximaal 6 maanden) verwacht worden dat zij elkaar hulp, begeleiding en persoonlijke verzorging geven. Redenen als “niet gewend zijn om ”of geen huishoudelijk werk willen en/of kunnen verrichten” leiden niet tot aanspraak op hulp. Indien de verzorgende huisgenoot overbelast dreigt te worden dan wordt hier incidenteel rekening mee gehouden. Maatwerk wordt hier geboden. Rekening wordt gehouden met de ontwikkelingsfase van kinderen. Uitgangspunten zijn: van huisgenoten jonger dan 5 jaar wordt geen bijdrage gevraagd; van huisgenoten van 5 tot en met 12 jaar wordt verwacht dat er huishoudelijke taken kunnen worden verricht (bv. opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen en kleding in de wasmand gooien); van huisgenoten van 13 tot en met 17 jaar wordt naast de genoemde werkzaamheden voor kinderen tot en met 12 jaar ook verwacht dat de bedden worden verschoond, de stofzuiger gehanteerd, alle boodschappen kunnen doen; Van alle huisgenoten ouder dan 18 jaar wordt verwacht dat alle werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen, zowel bij gezondheid als ziekte. Zij dienen te zorgen voor opvoeding van hun kinderen, het geestelijk en lichamelijk welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid. Bij uitval van één van de ouders, dient de ander ouder de zorg voor de kinderen over te nemen. Hierbij dienen zij zelf naar oplossingen voor problemen in de zorg te zoeken. Zorgverlof, mantelzorg of andere voorliggende voorzieningen als kinderopvang, kunnen een oplossing bieden. Indien deze zorg niet realiseerbaar is dan kan een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo of de Jeugdwet toegekend worden. In kortdurende situaties wordt van ouders verwacht dat zij hun kind alle persoonlijke verzorging, begeleiding en verpleegkundige handelingen geven. Bij langdurige situaties valt alleen de gebruikelijke persoonlijke verzorging en begeleiding onder gebruikelijke hulp. Als een kind van 12 jaar of ouder aangeeft dat het geen intieme verpleegkundige en persoonlijke verzorgende handelingen van de ouder wil hebben, dan wordt deze zorg als substantieel meer zorg gezien en kan volledig geïndiceerd worden. Het ministerie heeft richtlijnen opgesteld ten aanzien van gebruikelijke hulp van ouders voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel bij verschillende leeftijden. Deze richtlijnen moeten altijd toegepast worden op de specifieke situatie. Kinderen van 0 tot 3 hebben volledige Persoonlijke Verzorging en Begeleiding van een ouder nodig. Bovengebruikelijke PV en BG bij kinderen tot 3 jaar komt daarom zelden voor. Kinderen van 3 tot 5: kunnen niet zonder toezicht van volwassenen; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; ontvangen zindelijkheidstraining van ouders/verzorgers; hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen; hebben hulp nodig bij in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven. Kinderen van 5 tot 12: hebben een regulier dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur per week; kunnen niet zonder toezicht van volwassenen; hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers; hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school of activiteiten ter vervanging van school gaan. Kinderen van 12 tot 18: hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassen; kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden; kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding; hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen).

Rechtspraak bij dit artikel