**1..** Onverminderd artikel 2.6.2 van de wet kan de cliënt een aan hem verleend persoonsgebonden budget per kalenderjaar voor ten hoogste dertien weken, dan wel een aaneengesloten periode voor ten hoogste dertien weken, tijdens verblijf buiten Nederland gebruiken voor betaling van (individuele) ondersteuning als bedoeld in artikel 7.1 onder a van de Verordening.
**2..** Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk 6 van de Verordening kan het college het persoonsgebonden budget als bedoeld in het vorige lid lager vaststellen indien:
de cliënt langer dan zes weken aaneengesloten buiten Nederland verblijft; en
daar ondersteuning contracteert die niet valt onder de Nederlandse fiscale en sociale zekerheidswetgeving.
**3..** Het college hanteert in de gevallen als bedoeld in het vorige lid de berekeningswijze van artikel 3.7.2, derde lid, van het Besluit langdurige zorg (Stb 2014, 520).
Hoofdstuk 3
Artikel 3.9