**1..** Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding ervan
Voor onderstaande specifieke gevallen gelden de volgende beleidsregels:
**1.1.** EEN BIJBEHOREND BOUWWERK BINNEN DE BEBOUWDE KOM
I. Een bijbehorend bouwwerk in het voorerfgebied;
Erkers
mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
de voorgevellijn met niet meer dan 1.50 meter overschrijden, en;
tenminste 2 meter tuindiepte resteert, en;
de breedte maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning met een maximum van 3.50 meter bedraagt, en;
de hoogte maximaal 3 meter bedraagt.
Luifels
mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
de voorgevellijn met niet meer dan 1.50 meter wordt overschreden, en;
tenminste 2 meter tuindiepte resteert, en;
de breedte maximaal anderhalf maal de breedte van de bestaande belijning van het deurkozijn bedraagt.
Carport
mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
de hoogte maximaal 3 meter bedraagt, en;
tenminste 2 meter tuindiepte resteert, en;
de breedte maximaal de breedte van de garage of een daarmee gelijk te stellen bestaand (gedeelte) bouwwerk bedraagt, en;
de voorgevellijn met niet meer dan 1.50 meter wordt overschreden.
Overige typen bouwwerken zijn enkel in het achter- en zijerfgebied toegestaan conform de voorwaarden gesteld in dit beleid.
II. Een bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied;
mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3.50 meter bedragen, met een maximale bouwhoogte van 7.50 meter, en;
de oppervlakte van het bijbehorend bouwwerk heeft een gezamenlijk oppervlak van maximaal 60 m², met dien verstande dat bij bouwpercelen met een oppervlakte van meer dan 500 m² de maximum gezamenlijke oppervlakte mag worden vermeerderd met 10% van de oppervlakte van het bouwperceel boven de 500 m² tot een maximum van 150 m², met dien verstande dat de uitbreiding op de percelen met een oppervlakte van minimaal 1000 m² tot maximaal 3000 m² niet meer dan in totaal 175 m² aan bijbehorende bouwwerken bedraagt, met inbegrip van zijerfgebied en voorerfgebied;
het achtererfgebied, met inbegrip van het zijerfgebied, niet meer dan 50% wordt volgebouwd.
III. Een bijbehorend bouwwerk in het zijerfgebied:
mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen, dan wel 3.50 meter indien dit bouwwerk onderdeel uitmaakt van een bestaand bouwwerk in het achtererfgebied met een hoogte van tenminste 3.50 meter en;
op de erfgrens, dan wel de afstand tot de zijdelingse perceelgrens tenminste 1 meter bedraagt, en;
de oppervlakte maximaal 30 m² bedraagt.
IV. Het beoogde gebruik van het bijbehorend bouwwerk magniet afwijkenvan het bestaand gebruikvan het hoofdgebouw;tenzij toepassingkan worden gegeven aan artikel 4, negende lid van Bijlage II Bor.
**1.2.** EEN BIJBEHOREND BOUWWERK BUITEN DE BEBOUWDE KOM
I. Een bijbehorend bouwwerk in het voorerfgebied;
Erkers
mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
de voorgevellijn met niet meer dan 1.50 meter overschrijden, en;
tenminste 2 meter tuindiepte resteert, en;
de breedte maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning met een maximum van 3.50 meter bedraagt, en;
de hoogte maximaal 3 meter bedraagt.
Luifels
mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
de voorgevellijn met niet meer dan 1.50 meter wordt overschreden, en;
tenminste 2 meter tuindiepte resteert, en;
de breedte maximaal anderhalf maal de breedte van de bestaande belijning van het deurkozijn bedraagt.
Carport:
mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
de hoogte maximaal 3 meter bedraagt, en;
tenminste 2 meter tuindiepte resteert, en;
de breedte maximaal de breedte van de garage of een daarmee gelijk te stellen bestaand (gedeelte) bouwwerk bedraagt, en;
de voorgevellijn met niet meer dan 1.50 meter wordt overschreden.
Overige typen bouwwerken zijn enkel in het achter- en zijerfgebied toegestaan conform de voorwaarden zoals gesteld in dit beleid;
II. Een bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied;
mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3.50 meter bedragen, met een maximale bouwhoogte van 5 meter, en;
de oppervlakte van het bijbehorend bouwwerk heeft een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m², met inbegrip van zijerfgebied en voorerfgebied;
het achtererfgebied niet meer dan 50% wordt volgebouwd;
III. Een bijbehorend bouwwerk in het zijerfgebied;
mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen, dan wel 3.50 meter indien dit bouwwerk onderdeel uitmaakt van een bestaand bouwwerk in het achtererfgebied met een hoogte van tenminste 3.50 meter, en;
op de erfgrens, dan wel op een afstand van tenminste 1 meter tot de zijdelingse perceelgrens, en;
de oppervlakte maximaal 30 m².
**2..** Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor onderstaande specifieke gevallen gelden de volgende beleidsregels:
I. Erfafscheidingen behorend bij een woonperceel;
mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
hoogte van maximaal 2 meter op het achtererf- en/of zijerfgebied;
hoogte van maximaal 1 meter op het voorerfgebied.
Voor erfafscheidingen behorend anders dan bij woonpercelen wordt per geval een afweging gemaakt.
II. Overkappingen in het achtererfgebied;
mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
de bouwhoogte mag niet meer dan 3.50 meter bedragen, en;
de oppervlakte maximaal 30 m² bedraagt.
III. Overkappingen in het voorerfgebied;
mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt, en;
tenminste 2 meter tuindiepte resteert, en;
de breedte maximaal de breedte van de garage of daarmee gelijk te stellen bestaand (gedeeltelijk) bouwwerk bedraagt, en;
de voorgevellijn met niet meer dan 1.50 meter wordt overschreden.
IV. Overkappingen in het zijerfgebied;
mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen, en
tenminste 2 meter afstand bewaart blijft tot de zijdelingse perceelgrens, en;
de oppervlakte maximaal 30 m² bedraagt.
**3..** Dakkapellen,dakopbouwen of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw dan wel uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard
Voor onderstaande specifieke gevallen gelden de volgende beleidsregels:
I.Aanvullend op het voordakvlak;
mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
de onderzijde van een dakkapel is meer dan 0,5 meter en minder dan 1,0 meter boven de dakvoet, en;
de bovenzijde is meer dan 0,5 meter onder de daknok, en;
de hoogte van een dakkapel bedraagt niet meer dan 1,75 meter gemeten vanaf de voet van de dakkapel tot de bovenzijde van het boeibord of de daktrim, en;
dakkapellen worden niet geplaatst op een bijbehorend bouwwerk;
de breedte van een dakkapel bedraagt maximal de helft van de breedte van het dakvlak, met een maximum van 3 meter gemeten tussen het hart van de scheidende bouwmuren of de buitenzijde van de gevels, en;
de zijkanten van een dakkapel tenminste 1 meter uit het hart van de scheidende bouwmuur of vanaf de buitenzijde van de gevel.
**4..** Wijzigen gebruik bouwwerken
Voor onderstaande specifieke gevallen gelden de volgende beleidsregels:
Het gebruiken van bouwwerken, al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
binnen de bebouwde kom, en
de oppervlakte niet meer dan 1500 m² bedraagt;
Mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
de functiewijziging past binnen het van toepassing zijnde gemeentelijk beleid;
voor een bedrijf/beroep aan huis is in het bijzonder het beleid ‘aan huis gebonden beroepen’ van toepassing;
voor Bed & Breakfast aan huis is in het bijzonder de ‘beleidsnota bed & breakfastvoorziening’ van toepassing;
Voor kerken en (andere) monumenten dient een cultuurhistorische afweging plaats te vinden.
Daarnaast dient in voldoende parkeergelegenheid te worden voorzien. Daarbij dient aansluiting te worden gezocht bij de meest actuele parkeernormen die het CROW hanteert.
**5..** Ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10 van artikel 4, voor een termijn van ten hoogste 10 jaar.
Voor onderstaande specifieke gevallen gelden de volgende beleidsregels:
I. Evenementen
Het gebruiken van gronden of bouwwerken ten behoeve van evenementen met een maximum van drie per jaar en een duur van ten hoogste vijftien dagen per evenement, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen, mits voldaan wordt aan de voorwaarde dat het evenement past in het gemeentelijk evenementenbeleid.
II. Plaatsen van een tijdelijke woonvoorziening vanwege (ver)bouwactiviteiten
Voor het plaatsen van een tijdelijke woonvoorziening dient te worden voldaan aan de “Beleidsregels voor het plaatsen van een tijdelijke woonvoorziening”.
III Voor zover I en II niet van toepassing zijn, dient een afzonderlijke afweging plaats te vinden.
Artikel 3
Uitwerking Artikel 4 Bijlage II Bor
Onderdeel van Beleidsregels voor afwijkingen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 2de herziening