Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 3.3.1

Weigeringsgronden

Onderdeel van Huisvestingsverordening 2016

1.. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd in het geval: a.. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang; b.. naar het oordeel van burgemeester en wethouders de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming een negatief effect heeft op de leefbaarheid. c.. het onder a genoemde belang van behoud en samenstelling dan wel het in b genoemde negatieve effect op de leefbaarheid niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden dan wel voorschriften aan de vergunning. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot het eerste lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel