Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 3.3.2

Voorwaarden en voorschriften

Onderdeel van Huisvestingsverordening 2016

1.. Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet een of meer voorwaarden en voorschriften verbinden: a.. het toevoegen van een of meer naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige woonruimte aan de woonruimtevoorraad; b.. de na onttrekking ontstane nieuwe woonruimte alleen voor bewoning mag worden gebruikt; c.. een samengevoegde woonruimte gedurende een bepaalde periode wordt toegewezen aan een huishouden met een inkomen tot € 43.786 wanneer een van de samen te voegen woonruimte huurpunten heeft tot en met 200; d.. de samengevoegde woonruimte ten hoogste 200 huurpunten heeft wanneer één van de samen te voegen woonruimten huurpunten heeft tussen de liberalisatiegrens en de 200; e.. een krap wonend huishouden in een zelfstandige huurwoning onder de liberalisatiegrens na samenvoeging passender woont; f.. het omzetten van een zelfstandige woonruimte niet mag leiden tot een onzelfstandige woonruimte met een gebruiksoppervlak kleiner dan 12m2. Van deze voorwaarde kan worden afgeweken als de nieuw gevormde onzelfstandige woonruimte voorziet in een zorgbehoefte; g.. bij woningvorming tot een zelfstandige woonruimte deze woonruimte een gebruiksoppervlak heeft niet kleiner dan 18 m2; h.. bij woningvorming tot een onzelfstandige woonruimte deze woonruimte een gebruiksoppervlak heeft niet kleiner dan 12 m2; i.. de om te zetten woonruimte geschikt is voor door burgemeester en wethouders aan te wijzen bijzondere doelgroepen; j.. geen onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon en leefmilieu in de omgeving van de woonruimte optreedt.

Rechtspraak bij dit artikel