Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet voor onttrekken, samenvoegen, omzetten of woningvormen een of meer voorwaarden en voorschriften verbinden:
**a..** het toevoegen van een of meer naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige woonruimte aan de woonruimtevoorraad;
**b..** de na onttrekking ontstane nieuwe woonruimte alleen voor bewoning mag worden gebruikt;
**c..** een samengevoegde woonruimte gedurende een bepaalde periode wordt toegewezen aan een huishouden met een inkomen tot € 44.360,- wanneer een van de samen te voegen woonruimte huurpunten heeft tot en met 200;
**d..** de samengevoegde woonruimte ten hoogste 200 huurpunten heeft wanneer één van de samen te voegen woonruimten huurpunten heeft tussen de liberalisatiegrens en de 200;
**e..** een krap wonend huishouden in een zelfstandige huurwoning onder de liberalisatiegrens na samenvoeging passender woont;
**f..** isvervallen
**g..** bij omzetting een gemeenschappelijk verblijfsruimte aanwezig is;
**h..** bij omzetting wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vast te stellen normen voor geluidsisolatie;
**i..** bij omzetting in vijf of meer onzelfstandige woonruimten beheer plaats vindt door een instelling die zich krachtens haar statuten richt op de verhuur en het beheer van onzelfstandige woonruimte en die als zodanig staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; en
**j..** niet meer dan 25% van het totaal aantal woningen dat wordt ontsloten door een trappenhuis, een galerij of dat deel uitmaakt van een bouwblok eengezinswoningen kan worden onttrokken en bij ontsluiting door meerdere trappenhuizen niet meer dan 25% van het aantal woningen per verdieping; en
**k..** het percentage woningen met 5 of meer kamers is, in het stadsdeel waar de om te zetten woning zich bevindt, niet lager of gelijk aan het stedelijk gemiddelde op basis van het meest recente onderzoek Wonen in Amsterdam;
**l..** bij woningvorming tot een zelfstandige woonruimte deze woonruimte een gebruiksoppervlak heeft niet kleiner dan 18 m2;
**m..** bij woningvorming tot een onzelfstandige woonruimte deze woonruimte een gebruiksoppervlak heeft niet kleiner dan 12 m2;
**n..** de om te zetten woonruimte geschikt is voor door burgemeester en wethouders aan te wijzen bijzondere doelgroepen;
**o..** geen onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon en leefmilieu in de omgeving van de woonruimte optreedt.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 3.3.2
Voorwaarden en voorschriften
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2016