Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning intrekken:
**a..** indien niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming;
**b..** indien de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
**c..** niet wordt voldaan aan de bij de vergunning gestelde voorwaarden en voorschriften;
**d..** in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.