Naar hoofdinhoud
3.1. Huidig Burgerlijk Wetboek Op grond van artikel 6:174 Burgerlijk Wetboek bestaat er een risicoaansprakelijkheid voor de gemeente als wegbeheerder. Het gaat daarbij om wegen die niet voldoen aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar opleveren voor personen en/of zaken. Op grond van artikel 16 e.v. van de Wegenwet rust de zorg voor het in goede en veilige staat verkeren van openbare wegen bij de gemeente, voor zover deze zorg niet aan een ander overheidsorgaan (zoals Rijk of Provincie) is opgedragen. Tot de zorg voor het in goede en veilige staat verkeren van wegen, behoort ook het bestrijden van gladheid van deze wegen. Het gaat hier om een inspanningsverplichting van de gemeente en niet om een garantieplicht. Het huidige recht legt de wegbeheerder dus een risicoaansprakelijkheid op. Wegbeheerders dienen zich goed te realiseren dat er binnen de grenzen van de zorgplicht weinig excuses bestaan als iemand schade lijdt doordat de wegbeheerder in gebreke is gebleven. De wegbeheerder blijft bijvoorbeeld in gebreke als hij niet strooit bij bewezen gladheid van de openbare weg. Naar huidig recht valt gladheid door sneeuw, ijs of ijzel als een gebrek van het wegdek te beschouwen dat gevaar oplevert voor het verkeer. Indien de weg, door het ontbreken (of nalaten) van maatregelen ter voorkoming van het gevaar, niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden kan stellen, bestaat er voor de gemeente een risicoaansprakelijkheid voor schades die daardoor zijn ontstaan. 3.2 Zorgplicht en aanbeveling De zorgplicht van de gemeente gaat niet zover dat de veiligheid van de weg te allen tijde wordt gegarandeerd. Van een weggebruiker mag worden verwacht dat hij oplettend en zorgvuldig is wanneer hij deelneemt aan het verkeer, zeker als er sprake is van gladheid. In dergelijke omstandigheden kan de gemeente als wegbeheerder dan ook niet zondermeer aansprakelijk worden geacht voor eventueel ontstane schade. Een gemeente kan aan haar aansprakelijkheid ontkomen, als zij kan aantonen dat in de gegeven omstandigheden deze schades redelijkerwijs niet voor haar rekening kunnen worden gebracht, gezien de in het verkeer geldende omstandigheden en de naar aanleiding hiervan gedane inspanningen. De bewijslast dat haar niets te verwijten valt, ligt nu bij de gemeente zelf. Om te kunnen bewijzen dat de gemeente voldoet aan haar zorgplicht, beveelt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aan: Jaarlijks vaststellen van een "gladheidbestrijdingsplan", waarin het gemeentelijk beleid over de gladheidbestrijding is opgenomen (incl. klachtenmelding); Snel en doeltreffend handelen, zodra bepaalde gevaarlijke situaties gemeld of bekend worden binnen de gemeente, bijvoorbeeld door klachten van derden; Jaarlijks voor de mogelijke sneeuw- en vorstperiode de inwoners van de gemeente door voorlichting in plaatselijke, regionale dag- en weekbladen informeren over het gladheidbestrijdingsbeleid. Avri neemt voor de gladheidbestrijding een aantal taken over van de gemeenten, welke zijn beschreven in dit uitvoeringsplan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel