4.1 Routes en prioriteit
De wegen waarop de gladheid wordt bestreden, zijn vastgesteld door gemeenten en op de tekeningen behorend bij dit uitvoeringsplan weergegeven (bijlage 1). De strooiroutes zijn onderverdeeld in hoofdroutes en secundaire routes. In de hoofdroute wordt prioriteit gegeven aan alle doorgaande wegen, de ontsluitingswegen, busroutes, hellingen, wegen naar openbare gebouwen en winkelcentra. Ook alle doorgaande fietspaden zijn hierin opgenomen. Op de secundaire routes wordt de gladheid bestreden ingeval van bijvoorbeeld (langdurige) sneeuwval en/of ijzel. De gemeente Tiel heeft een 'bruggen en viaductenlijst'. Dit een lijst waarop bij incidentele uitruk (meestal) op de bruggen en viaducten wordt gestrooid.
Woonerven en buurtstraten zijn steeds moeilijker te behandelen. Door verkeersremmende maatregelen, smalle doorgangen en bijv. geparkeerde auto’s is strooien moeilijk of zelfs onmogelijk. Het ruimen van sneeuw is vrijwel uitgesloten.
In principe worden locaties van meldingen die buiten de routes van het vastgestelde gladheidbestrijdingsplan vallen, niet gestrooid. Alleen bij bijzonder extreme omstandigheden wordt hier alleen op verzoek van de gemeente van afgeweken. Deze extra serviceverlening voorkomt dat bijvoorbeeld minder validen ongewild langdurig aan huis gekluisterd zijn.
Zoutkisten.
Op de volgende locaties staan zoutkisten, die indien noodzakelijk door Avri worden bijgevuld:
Gemeente Buren:
bij het gemeentehuis Maurik
op de Rijnbandijk ter hoogte van de veerstoep Eck en Wiel
bij het veer naar Beusichem
op het Marktplein van Buren
Gemeente Neerijnen:
openbare dijkstoepen
Gemeente Neder-Betuwe:
bij enkele openbare gebouwen
Gemeente Tiel:
geen; er is een objectenlijst.
Er wordt geen strooizout uitgegeven aan bedrijven en burgers. In de gemeente Neerijnen kan door de beheerders van particuliere dijkstoepen zout worden afgehaald bij de zoutopslag; hiervan wordt een logboek bijgehouden.
4.2 Preventief strooien (nat-strooiprincipe)
Om te voorkomen dat droog zout op een droog wegdek verwaait, strooit men (preventief) met "nat zout". Hierbij verloopt het strooien op dezelfde wijze als bij het droogstrooiprincipe, met dien verstande dat het zout op de strooischrijf wordt bevochtigd met pekelwater.
Met het toepassen van deze methode is in de eerste plaats de verkeersveiligheid gediend, omdat door een betere hechting aan het wegdek een langduriger werking van het zout wordt verkregen. In de tweede plaats is het verwijderen van sneeuw eenvoudiger als er al een laagje zout ligt. Er kunnen zich dan geen sneeuwplakken vormen tussen het wegdek en de (vers) gevallen sneeuw. Niet onbelangrijk is ook dat minder zout gunstig is voor het milieu. Bij preventief strooien met "nat zout" levert elke uitruk een besparing van wegenzout op.
4.3 Uitvoering handmatige gladheidbestrijding
Onder de handmatige gladheidbestrijding valt het opruimen, en/of het strooien, bij bushaltes, oversteekplaatsen, bruggetjes en bepaalde gedeelten van het trottoir (niet bij de woningen), doorgaande looproutes naar bejaardenwoningen, scholen en de omgeving van winkelcentra. Bij dooi richt de inzet zich op het vrijhouden van inlaatroosters van trottoir- en straatkolken. Handmatige gladheidbestrijding wordt uitsluitend op verzoek van de gemeenten en alleen bij langdurig verwachte of extreme weersomstandigheden uitgevoerd, zoals bij hevige ijzel, extreme sneeuwval of zware dooi na een periode van hevige sneeuwval. Uitvoering vindt alleen plaats tijdens de reguliere werktijden.
4.4 Strooimiddelen
De strooimiddelen die binnen de gemeente worden gebruikt voor de gladheidbestrijding bestaan uit smeltpuntverlagende middelen (dooimiddelen):
vaste vorm: Natriumchloride (NaCl - vacuümzout met ontklontingsmiddel, steenzout of zeezout);
vloeibare vorm: Pekel (oplossing van zout met water), natriumchloride.
Artikel 4.
GLADHEIDBESTRIJDINGSSTRATEGIE
Onderdeel van Uitvoeringsplan Gladheidbestrijding 2015 - 2016 voor de gemeenten Buren, Neerijnen, Tiel en Neder- Betuwe