Het aanbod maatschappelijke opvang is gericht op het (weer) zelfstandig kunnen wonen. Indien burgers toch in de opvangvoorziening geplaatst worden is het van belang de verblijfsduur zo kort mogelijk te laten zijn. Daarom wordt er bij plaatsing niet alleen ‘bed, bad en brood’ geboden, maar ook een trajectplan opgesteld. Hierin worden afspraken gemaakt over zorg en ondersteuning door betrokken professionals en de verantwoordelijkheid van de cliënt gedurende het traject en daarna. Dit trajectplan is erop gericht de cliënt zo snel als mogelijk weer de regie over zijn of haar eigen leven te laten krijgen.Bij de uitplaatsing is het belangrijk om te komen tot een soepele overname van zorg en ondersteuning door het lokale netwerk. Deze ondersteuning is gericht op het voorkomen van terugval.
De doelen die te formuleren zijn:
De burger is (weer) voldoende in staat om in de eigen basale basisvoorwaarden (onderdak, voeding, zorg, inkomen) te voorzien.
De burger is (weer) voldoende in staat om zelf regie te voeren over het eigen leven.
De burger komt in aanmerking voor andere huisvesting.
De burger komt (weer) in aanmerking voor reguliere zorg en hulp.
Potentiele cliënten voor de maatschappelijke opvang zijn meestal in beeld bij de eigen gemeente. Iedere gemeente beoordeelt welke zorg en ondersteuning deze persoon of dit gezin nodig heeft, met als primaire doel een lokale aanpak en oplossing. Indien dit niet mogelijk blijkt, en men volgens de gemeente voldoet aan de criteria voor maatschappelijke opvang, kan de gemeente de cliënt aanmelden bij de BCT, die dan de screening uitvoert.
Hoofdstuk 10.
Artikel 10.2
Afwegingskader maatschappelijke opvang
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2016