Naar hoofdinhoud
Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college naar objectieve maatstaven gemeten, de goedkoopst adequate voorziening. Bij de toepassing van dit artikel dient in eerste instantie bepaald te worden of de te verstrekken voorziening adequaat is. Met het begrip adequaat wordt bedoeld ‘volgens objectieve maatstaven toereikend’. Zijn er twee of meer voorzieningen adequaat, dan moet er gekozen worden voor de goedkoopste voorziening. Daarbij kan en mag rekening gehouden worden met zogenaamde inkoopvoordelen van de gemeente. Een uitzondering kan zijn dat een kwalitatief beter product de kosten verhoogt, maar ook de duurzaamheid verlengt, waardoor het product langer meegaat en dus uiteindelijk goedkoper is. Wat betreft het kwaliteitsniveau moet bij een verantwoord, maar ook niet meer dan dat, niveau worden aangesloten. In de afweging goedkoopst adequaat moet niet alleen naar het heden maar ook naar de toekomst worden gekeken en naar de investeringen die in het kader van de Wmo 2015 worden gedaan. Eigenschappen die kostenverhogend werken zonder dat zij de voorziening meer adequaat maken, komen in principe niet voor vergoeding in aanmerking. Te allen tijde staat het begrip adequaat boven het begrip goedkoopst.

Rechtspraak bij dit artikel