Naar hoofdinhoud
In de jurisprudentie is bepaald dat geen voorziening wordt toegekend indien de voorziening voor een burger algemeen gebruikelijk is. Het begrip algemeen gebruikelijk gaat volgens de Centrale Raad van Beroep op als een zaak voldoet aan drie criteria: de voorziening is niet alleen voor iemand met een beperking bedoeld; de voorziening is voor iedereen gewoon te koop bij bedrijven of winkels; de voorziening is in prijs vergelijkbaar met soortgelijke producten. Wat algemeen gebruikelijk is wordt beïnvloed door maatschappelijke ontwikkelingen, deze zijn aan verandering onderhevig. In de tijd kan een voorziening die eerst niet als algemeen gebruikelijk werd gezien wel algemeen gebruikelijk worden. Het aanbod en de prijzen van voorzieningen in gewone winkels speelt hierbij een rol, maar ook de jurisprudentie. Bij een algemeen gebruikelijke voorziening is het uitgangspunt dat elke ingezetene van Nederland deze kan hebben. Dat betekent dat iedereen dit zelf moet bekostigen. Het verstrekken van dergelijke voorzieningen op grond van de Wmo is niet redelijk en strookt niet met de doelstelling van de wet. Het college moet wel onderzoeken of de aangevraagde voorziening ook voor de burger, gezien diens specifieke behoeften en persoonskenmerken, als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd. Indien een algemeen gebruikelijke voorziening met aanpassingen een adequate oplossing biedt voor een probleem, komen, in overeenstemming met een uitspraak van de CRvB, alleen de specifieke aanpassingen in aanmerking voor vergoeding.

Rechtspraak bij dit artikel