Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.3.2

Kortdurend verblijf (respijtzorg)

Onderdeel van Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2016

Bij kortdurend verblijf logeert iemand (in beginsel maximaal 3 etmalen dus 72 uur per week) in een instelling. Bijvoorbeeld in een gehandicapteninstelling, verpleeghuis of verzorgingshuis. Hierdoor wordt de mantelzorger ontlast zodat deze de zorg langer kan volhouden. Hiermee wordt beoogd een persoon zo lang mogelijk in zijn eigen woning te laten wonen waardoor zijn zelfredzaamheid wordt bevorderd. De maatwerkvoorziening voor kortdurend verblijf is mogelijk als het probleem niet is op te lossen door inzet van de eigen kracht en het eigen netwerk van de burger en als een burger op grond van een andere voorliggende voorziening niet in aanmerking kan komen voor kortdurend verblijf. Kortdurend verblijf kan onder verschillende wet- en regelgeving vallen: Kortdurend verblijf op grond van de Wlz is mogelijk indien een persoon blijvende behoefte heeft aan permanent toezicht en 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Kortdurend verblijf op grond van de Zvw is mogelijk indien een persoon is aangewezen op verblijf dat medisch noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg. Kortdurend verblijf op grond van de Jeugdwet is mogelijk indien een persoon een indicatie heeft voor kortdurend verblijf en jonger is dan 18 jaar. De gemeente is onder de Wmo 2015 verantwoordelijk voor respijtzorg; het tijdelijk overnemen van de totale zorg ter ontlasting van de mantelzorger. Er zijn veel manieren om de mantelzorg te ontlasten bijvoorbeeld door een vrijwilliger in te schakelen om een paar uur de zorg voor een cliënt over te nemen en ook dagbesteding kan als belangrijk neveneffect of zelfs doel hebben de mantelzorg te ontlasten. Daarnaast kunnen zorghotels of logeerhuizen een oplossing bieden om de mantelzorger tijdelijk wat lucht te geven en kunnen mantelzorgorganisaties de mantelzorger adviseren en ondersteunen bij het voorkomen van overbelasting. Soms zijn bovenstaande mogelijkheden niet voldoende voor de mantelzorger om het langdurig vol te kunnen houden of is de zorg die een vrijwilliger kan bieden onvoldoende vanwege de beperkingen van de cliënt waardoor er kortdurend verblijf noodzakelijk is om de mantelzorger te ontlasten. De omvang van kortdurend verblijf is in beginsel 1, 2 of 3 etmalen per week, afhankelijk van wat noodzakelijk is in de specifieke situatie van de cliënt. Het is denkbaar dat hierop een uitzondering kan worden gemaakt om bijvoorbeeld verblijf van een week mogelijk te maken, zodat de mantelzorger op vakantie kan. In de instelling waar de cliënt kortdurend verblijft wordt de dagelijkse zorg overgenomen. Wanneer verpleging nodig is moet hiervoor apart een indicatie op grond van de Wlz worden geïndiceerd. Behandeling behoort nadrukkelijk niet bij kortdurend verblijf. De cliënt is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor kortdurend verblijf. Hij kan hiervoor gebruik maken van eigen vervoer of van hulp uit het eigen netwerk. Wanneer de cliënt beperkingen heeft op het gebied van vervoer zal hij doorgaans in het bezit zijn van een pas voor het collectief vervoer waarmee hij zich naar de instelling kan vervoeren. Kortdurend verblijf kent anders dan school of dagbesteding geen exacte starttijden zodat gebruik van een collectief vervoerssysteem (eventueel met begeleider) een geschikte oplossing biedt.

Rechtspraak bij dit artikel