Naar hoofdinhoud
Naar schatting de helft van cliënten die anno 2014 op een wachtlijst voor beschermd wonen staan (en derhalve in bezit zijn van een indicatie voor beschermd wonen), ontvangt zogeheten overbruggingszorg. Deze overbruggingszorg wordt geboden in de vorm extramurale AWBZ-zorg (functies). In de Wmo 2015 vallen deze cliënten onder de verantwoordelijkheid 16 Daartoe worden de centrumgemeenten financieel in staat gesteld middels het totaalbudget Beschermd Wonen (GGZ-C) van de centrumgemeenten op basis van het uitgangspunt ‘indicatie is leidend’. Wat daarbij ook voorkomt is dat er sprake is van ‘alternatieve zorg’, namelijk als er in overleg met cliënt en zorgverleners een voorkeur is voor een extramurale verzilvering van de intramurale beschermd-wonen indicatie. Vanaf 2015 blijft deze alternatieve zorg mogelijk na toestemming van de centrumgemeente. Meestal betreft het individuele begeleiding of dagactiviteiten. Doelgroep Zie A. Verblijf met Ondersteuning Het enige verschil is dat het nieuwe cliënten betreft die instromen via verwijzing vanuit een GGZ-instelling, een instelling voor Maatschappelijke Opvang, een Penitentiaire Inrichting, een Forensische Instelling, een Jeugdzorginstelling, een Jeugd GGZ-instelling of een huisarts. Resultaten Stabiliteit in de psychiatrische aandoening, in de levensvaardigheden en de woonsituatie, voorkomen van terugval en verwaarlozing; Veilig en gezond wonen met levensperspectief; In zoverre dat ambulant te realiseren is een optimale mate van zelfredzaamheid op alle levensdomeinen, eigen kracht leren ontwikkelen en inzetten; de draad weer op kunnen pakken, de zelfregie kunnen hervinden en het leven opnieuw inhoud en richting kunnen geven; In zoverre dat ambulant te realiseren is vermaatschappelijking (gelijkwaardig burgerschap, participatie in de buurt, herstel en opbouw van een sociaal netwerk, een zinvolle bijdrage leveren aan de maatschappij door dagbesteding of werk).

Rechtspraak bij dit artikel