Naar hoofdinhoud

Artikel 5

bevoegdheden van de WMO-raad

Onderdeel van Verordening WMO-raad Bloemendaal 2009

1. initiatiefrecht De WMO-raad heeft de bevoegdheid alle aangelegenheden die de uitvoering van de WMO door de gemeente raken in het periodiek overleg met de wethouder en de contactambtenaar van de gemeente aan de orde te stellen. Tot de in het vorige lid bedoelde aangelegenheden behoren niet: klachten en bezwaren die op individuele cliënten betrekking hebben; de verplichte uitvoering van wettelijke voorschriften door gemeentelijke organen, indien daarbij geen ruimte is gelaten voor het ontwikkelen van gemeentelijk beleid. De WMO-raad stelt jaarlijks in overleg met het college, op basis van de gemeentelijke jaarplanning met betrekking tot de WMO-besluitvorming, een activiteitenplan en een begroting op. De WMO-raad heeft de bevoegdheid om voor een goede invulling van zijn taakstelling in voorkomende gevallen binnen een door de gemeente beschikbaar gesteld budget, gebruik te maken van in- en externe deskundigheid. 2. informatierecht De WMO-raad wordt door het college geïnformeerd over de opzet en de resultaten van klanttevredenheidsonderzoeken, enquêtes en klachtenreportages die zijn doelstellingen betreffen. De WMO-raad krijgt van het college spontaan en op verzoek tijdig alle informatie die hij voor de uitoefening van zijn taken, zoals in deze verordening omschreven, nodig heeft, tenzij enig wettelijk voorschrift de verstrekking daarvan in de weg staat. Zo nodig zullen deskundige ambtenaren mondelinge toelichting geven over lopend beleid, de invloed van (nieuw) rijksbeleid of over ideeën en plannen van college en/of gemeenteraad op het WMO- beleidsterrein. De leden van de WMO-raad dragen zorg voor de communicatie met de achterban binnen de hen betreffende prestatievelden. De communicatie betreft minstens de adviezen van de WMO-raad. 3. adviesrecht De WMO-raad heeft adviesrecht in de beleidsfases visievorming, beleidsvoorbereiding, ontwerpen beleidsplan, voorbereiding van verordeningen, beleidsuitvoering en beleidsevaluatie, waarbij in de fase beleidsvoorbereiding waar mogelijk coproductie zal plaatsvinden binnen door het college vastgestelde taakstellende kaders. Het college stelt de WMO-raad op een zodanig tijdstip in de gelegenheid advies uit te brengen dat er een daadwerkelijke invloed mogelijk is op de besluitvorming. De gemeente geeft van tevoren de financiële, juridische en beleidsmatige kaders aan. Indien de gemeente om advies vraagt, wordt het advies binnen zes weken na ontvangst schriftelijk uitgebracht. Het college geeft binnen zes weken na ontvangst een schriftelijke reactie op de inhoud van een uitgebracht advies. Als het college afwijkt van het advies zal het de WMO-raad informeren over de redenen waarom het daarvan is afgeweken.

Rechtspraak bij dit artikel