**1..** De WMO-raad bestaat uit maximaal zes leden (exclusief de voorzitter). De leden hebben een aantoonbare affiniteit met één of meer of een deel van de negen prestatievelden van de Wmo.
**2..** Het college stelt, na overleg met vertegenwoordigers van representatieve organisaties, de functieprofielen c.q. competenties van leden en voorzitter voor de WMO-raad vast.
De voorzitter woont in de gemeente Bloemendaal, kent het reilen en zeilen van de Bloemendaalse gemeenschap en beschikt over beleidsmatig en zakelijk inzicht.
De leden zijn (bij voorkeur) woonachtig binnen de gemeente Bloemendaal en/of hebben een aantoonbare betrokkenheid bij de gemeente Bloemendaal
Leden van de WMO-raad worden geacht (ervarings-)deskundig te zijn op de (delen van de) Wmo-prestatievelden die zij representeren binnen de Wmo-raad.
**3..** Het geheel van de in het tweede lid genoemde organisaties en kringen van herkomst dekt de negen prestatievelden van de WMO
**4..** De WMO-raad is op zodanige wijze samengesteld dat elk van de prestatievelden wordt gedekt door minimaal één lid, met een maximum van 6 leden, exclusief de voorzitter.
Het totale minimum aantal leden voor een in functie zijnde WMO-raad bedraagt vier, inclusief de voorzitter.
**5..** Het lidmaatschap van de Wmo-raad is niet verenigbaar met:
het lidmaatschap van de gemeenteraad of het college;
het lidmaatschap van een andere door het gemeentebestuur van Bloemendaal ingestelde advies- en/of bestuurscommissie;
het beroepsmatig werkzaam zijn voor plaatselijke instellingen/organisaties met winstoogmerk op het terrein van de Wmo;
het beroepsmatig werkzaam zijn bij of in opdracht van de gemeente Bloemendaal;
andere conflicterende betrekkingen.
**6..** Eindigt de hoedanigheid waaraan een lid zijn benoeming ontleent, dan houdt hij meteen op lid van de WMO-raad te zijn. De Wmo-raad kan het lid verzoeken vanwege de continuïteit om ad interim de zetel nog maximaal drie maanden te blijven bezetten.
**7..** De leden van de WMO-raad kiezen uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter, een (plaatsvervangend) secretaris en een (plaatsvervangend) penningmeester. De functies van (plaatsvervangend) secretaris en penningmeester kunnen door één persoon worden uitgeoefend.