Naar hoofdinhoud
Lid 1 Uitvoering Leerplichtwet Colleges van Burgemeester en Wethouders van Brunssum, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal verplichten zich om de bevoegdheden welke aan hen op grond van de Leerplichtwet 1969 zijn opgedragen, te mandateren aan het College van Burgemeester en Wethouders van Heerlen. Bedoelde de deelnemende gemeenten zullen daartoe binnen hun eigen organisatie de desbetreffende gelijkluidende, mutatis mutandis, mandaatbesluiten moeten opstellen en doen laten besluiten. Het college van Burgemeester en Wethouders van Heerlen zal via een ondermandaat, met instemming van de mandans en de subgemandateerde i.c. de leerplichtambtenaren werkzaam binnen het Bureau Voortijdig Schoolverlaten, laatstgenoemden mandateren om de hen aldus opgedragen bevoegdheden, ook namens de 7 andere de deelnemende gemeenten uit te voeren. Intrekking van het mandaat door partij(en) moet worden gelijkgesteld met een opzegging van deze overeenkomst zoals geregeld in artikel 9. Lid 2 Uitvoering Wet houdende regels inzake Regionale Meld- en Coördinatie functie Voortijdig Schoolverlaten De Colleges van Burgemeester en Wethouders van Brunssum, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal verplichten zich om de bevoegdheden welke aan hen op grond van de Wet houdende regels inzake Regionale Meld - en Coördinatiefunctie Voortijdig Schoolverlaten zijn opgedragen, te mandateren aan het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Heerlen. Bedoelde de deelnemende gemeenten zullen daartoe binnen hun eigen organisatie de desbetreffende gelijkluidende, mutatis mutandis, mandaatbesluiten moeten opstellen en doen laten besluiten. Intrekking van het mandaat door partij(en) moet worden gelijkgesteld met een opzegging van deze overeenkomst zoals geregeld in artikel 9. Artikel 5 Financiën Lid 1. Middelen Voor de uitvoering van de in artikel 2 omschreven doelstellingen staan de volgende middelen ter beschikking: Bijdragen van de deelnemende gemeenten ten behoeve van de uitvoering van de leerplichtwet. De hoogte van deze bijdrage is gebaseerd op de kosten die gemaakt worden om het afgesproken kwaliteitsniveau in stand te houden. Dit kwaliteitsniveau kan eens in de 5 jaar opnieuw vastgesteld worden. De begroting 2016 vormt de basis voor de daaropvolgende jaren. De bijdrage per gemeente wordt gebaseerd op een objectieve toerekeningmethode d.w.z. het aantal leerlingen van 4 tot 23 jaar per 1 januari van het jaar voorafgaand aan het dienstjaar. De berekening van deze bijdrage wordt steeds toegevoegd aan de begroting. Deze bijdragen worden jaarlijks aangepast. De bijstelling is gebaseerd op de prijsontwikkeling van de lonen en salarissen binnen de overheidsconsumptie die definitief zijn vastgesteld zoals gepubliceerd door het CPB (centraal plan bureau). De (geoormerkte) RMC middelen die de Rijksoverheid via de gemeente Heerlen beschikbaar stelt. Overige middelen die voor dit doel door de deelnemende gemeenten of derden, beschikbaar gesteld worden. Lid 2. Begroting De afdeling Welzijn is verantwoordelijk voor het indienen van de jaarlijkse ontwerpbegroting bij de vergadering van de Stuurgroep Onderwijs-VSV, die in het eerste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar plaatsvindt. Dit laat onverlet het feit dat de deelnemende gemeenten zich inspannen om jaarlijks binnen hun begroting geoormerkte middelen te reserveren welke overeenkomen met de hoogte van de noodzakelijk geachte gemeentelijke bijdragen voor het Bureau VSV. De afdeling Welzijn is tevens verantwoordelijk voor het indienen van de definitieve begroting, bij de Stuurgroep die in het derde of vierde kwartaal van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar plaatsvindt. De betrokken portefeuillehouder is zelf verantwoordelijk voor het indienen hiervan bij zijn College van Burgemeester en Wethouders. Het jaarplan en begroting 2016 zijn als bijlage 1 toegevoegd aan deze bestuursovereenkomst en maakt hier integraal deel van uit. De deelnemende gemeenten erkennen dat, bij gelijkblijvende omstandigheden, het begrotingsniveau, zoals vastgelegd in bijlage 1 het minimale niveau is om op verantwoorde wijze uitvoering te kunnen geven aan doelstelling van het bureau VSV in het algemeen en aan de uitvoering van de leerplichtwet in het bijzonder. De deelnemende gemeenten zullen zich dan ook inspannen hun bijdragen ten behoeve van de uitvoering van de leerplichtwet op het niveau te brengen zoals aangeven in bijlage 1. Lid 3. Financiële verantwoording/jaarrekening De financiële verantwoording volgt de planning en control-cyclus van de gemeente Heerlen en dient te voldoen aan de financiële verordeningen zoals die door de raad van Heerlen zijn vastgesteld. Uit de financiële verantwoording blijkt wat de werkelijke exploitatiekosten van het dienstjaar zijn geweest. De afdeling Welzijn is verantwoordelijk voor het tijdig overleggen van de jaarrekening aan de Stuurgroep Onderwijs VSV. Lid 4. Reserveringen. In het geval van een onderuitputting/exploitatieoverschot op de gemeentelijke middelen zoals genoemd onder artikel 5 lid 1 onder a worden deze middelen toegevoegd aan de voorziening voortijdig schoolverlaten van de gemeente Heerlen, met als doel o.a. eventuele toekomstige exploitatietekorten aan te vullen. De Stuurgroep Onderwijs VSV is bevoegd om de gemeente Heerlen om vrijval van deze middelen te verzoeken. Lid 5. Overschrijding beschikbare middelen De afdeling Welzijn stuurt er op dat de begroting niet wordt overschreden. In geval van een dreigende overschrijding van het beschikbare budget, ten gevolge van niet door de afdeling Welzijn beïnvloedbare factoren, stelt het hoofd van de afdeling Welzijn de voorzitter van de Stuurgroep Onderwijs-VSV onverwijld in kennis, waarna de Stuurgroep Onderwijs-VSV ter zake het hoofd van de afdeling Welzijn adviseert. De deelnemende gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor overschrijding van de beschikbare middelen, en verplichten zich het tekort, conform de verdeelsleutel voor het betreffende jaar, op te lossen. Lid 6. Wegvallen middelen Indien de middelen genoemd in lid 1 geheel of gedeeltelijk wegvallen, beslissen de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten, op advies van de Stuurgroep Onderwijs-VSV, over de noodzaak tot en de wijze van aanpassing van het niveau van dienstverlening door het bureau VSV, e.e.a. in relatie tot de doelstelling genoemd in artikel 2. De gevolgen van het geheel of gedeeltelijk wegvallen van deze middelen zijn genoemd in artikel 6 lid 1 sub c, lid 3 en artikel 9.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel