Een lid van het algemeen bestuur geeft het bestuursorgaan dat
hem als lid heeft aangewezen, mondeling of schriftelijk de door
een of meerdere leden van dat bestuursorgaan overeenkomstig het
reglement van orde van dat bestuursorgaan verlangde
inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is met
artikel 16, vijfde lid van de wet.
Alvorens de gevraagde inlichtingen zoals bedoeld in het eerste
lid te verstrekken, kan het lid zich daarover laten adviseren
door het dagelijks bestuur.
Een lid van het algemeen bestuur is aan het bestuursorgaan dat
hem als lid heeft aangewezen, verantwoording schuldig voor het
door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Het afleggen
van verantwoording vindt plaats op de wijze zoals geregeld in
het reglement van orde van het desbetreffende bestuursorgaan,
met dien verstande dat daarbij een termijn in acht wordt genomen
die het lid de gelegenheid biedt om zich desgewenst door het
dagelijks bestuur te laten informeren.
De raad van een deelnemende gemeente is bevoegd een door hem
aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag te verlenen
indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit,
overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde van de
desbetreffende raad.
Hoofdstuk VIII
Artikel 22
Externe werking, leden algemeen bestuur
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Kempisch Bedrijvenpark