Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 1 april een
ontwerpbegroting van het Kempisch Bedrijvenpark voor het komende
kalenderjaar, vergezeld van een deugdelijke toelichting, aan de
raden van de deelnemende gemeenten.
De ontwerp-begroting wordt door de zorg van de besturen van de
deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en tegen
betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken
na toezending van de ontwerp-begroting het dagelijks bestuur van
hun reacties doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de
commentaren waarin deze reactie is vervat, bij de
ontwerp-begroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt
aangeboden.
Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 1 juli van het
jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen. Na
vaststelling wordt de begroting toegezonden aan de raden van de
deelnemende gemeenten. De vastgestelde begroting wordt binnen
veertien dagen na vaststelling doch uiterlijk vóór 1 augustus
van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient,
gezonden aan Gedeputeerde Staten.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen Gedeputeerde Staten
binnen zes weken hun zienswijze over de vastgestelde begroting
doen blijken. De in de vorige volzin bedoelde termijn vangt aan
met ingang van de dag na die van de verzending zoals bedoeld in
het vierde lid, tweede volzin.
Van de beslissing van Gedeputeerde Staten doet het dagelijks
bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten.
In de begroting wordt aangegeven het naar raming bepaalde batig
of nadelig saldo. Het bepaalde in artikel 31 is van
overeenkomstige toepassing.
Het bepaalde in het eerste lid tot en met het zevende lid van
dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot
wijziging van de begroting; zulks met inachtneming van het
bepaalde in het negende lid.
Het bepaalde in het derde tot en met het vijfde lid is niet van
toepassing op begrotingswijzigingen die:
a. niet leiden tot overschrijding van het totaalbedrag van de
lasten en/of baten van de begroting;
én:
b. niet leiden tot een daling van het geraamde batig saldo dan
wel stijging van het geraamde nadelig saldo.