1.. In aanvulling op artikel 2.3 van de wet komt een jeugdige in aanmerking voor een individuele voorziening indien hij jeugdhulp nodig heeft in verband met een lichamelijke, geestelijke en/of verstandelijke beperking. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de individuele voorziening “gespecialiseerde ondersteuning” en de individuele voorziening “gespecialiseerde dagbesteding”.

2.. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.