De uitkeringsgerechtigde die arbeid verricht in deeltijd waarmee een
inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de
uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde bijstandsnorm komt
in aanmerking voor vrijlating van inkomsten uit arbeid als bedoeld in
artikel 31, lid 2 onder n van de Participatiewet en als bedoeld in
artikel 8 lid 2 van de Ioaw en in artikel 8 lid 3 van de Ioaz ,indien
het College heeft vastgesteld dat de uitkeringsgerechtigde binnen 6
maanden volledig in de
bestaanskosten kan voorzien.