Wat wordt verstaan onder een woonvoorziening?
De Wmo 2015 bevat geen definitie van het begrip woonvoorziening. Het is dus aan de gemeente zelf om te bepalen wat hieronder wordt verstaan. In Oosterhout verstaan we hieronder: elke voorziening, niet zijnde een rolstoel, die er op gericht is de persoon met beperkingen in staat te stellen tot een normaal gebruik van de woning, althans tenminste van de huiskamer, het slaapvertrek, de keuken en de douche/het toilet. Dit betreft zowel de functionaliteit van de ruimten als de bereikbaarheid ervan.
Onder het normale gebruik van de woning wordt verstaan de mogelijkheid om normale (elementaire) woonfuncties te kunnen verrichten, zoals slapen, eten, lichaamsreiniging, het doen van essentiële huishoudelijke werkzaamheden, koken en keukengebruik, horizontale en verticale verplaatsingen binnen de woning en toegang tot de woning. Het zich vrij door de woning kunnen bewegen maakt deel uit van het normale gebruik van de woning.
Weigeringsgronden
Zie artikel 4 van de verordening voor de weigeringsgronden (bijlage 2). Lid 3 van dit artikel bevat specifieke weigeringsgronden met betrekking tot woonvoorzieningen. Met betrekking tot artikel 4, lid 3 onder i geldt dat als de kosten van de woningaanpassing hoger zijn dan
€ 45.000,- er geen woonvoorziening wordt verstrekt. Behalve wanneer de cliënt schriftelijk heeft verklaard, naast de verschuldigde eigen bijdrage, de meerkosten volledig voor eigen rekening te nemen.
Algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen
De volgende woonvoorzieningen worden in ieder geval als algemeen gebruikelijk aangemerkt (de opsomming is niet limitatief):
thermostaatkranen;
hendelkranen met temperatuurbegrenzer;
standaard (hang)toilet;
verhoogd toilet;
douche;
douchekop op glijstang;
keramische kookplaat;
steunbeugels douche/toilet;
kleine woningaanpassingen tot een bedrag van € 270,00
Goedkoopst adequaat
Als de beperkingen met betrekking tot het normale gebruik van de woning in voldoende mate kunnen worden opgeheven door middel van (een) aanpassing(en) en deze is/zijn de goedkoopst adequate voorziening(en), dan blijft een afweging “aanpassen of verhuizen” achterwege. De woning wordt in dat geval aangepast.
Als de woningaanpassing(en) niet de goedkoopst adequate voorziening(en) is/zijn, dan kan in Oosterhout (een pgb voor) een verhuizing als alternatief worden geboden. De verwachting dat ook in de toekomst woonvoorzieningen aan de orde zullen zijn, speelt hierbij mee in de afweging. Om een pgb voor de kosten van verhuizing en inrichting toe te kennen, moeten we echter wel vaststellen dat van cliënt in redelijkheid een verhuizing kan worden gevraagd. De voorziening die in dat geval wordt aangeboden, is dus het resultaat van een zorgvuldige afweging van alle belangen. Hierbij mag niet alleen rekening worden gehouden met de kosten. Welke feiten en omstandigheden relevant zijn, kan niet in absolute zin worden aangegeven, aangezien deze afhankelijk zijn van de concrete individuele situatie. De hogere kosten van aanpassing van een woning moeten derhalve afgezet worden tegen de negatieve gevolgen van een verhuizing voor cliënt.
Factoren die bij de belangenafweging een rol kunnen spelen zijn onder meer:
de aanwezigheid van mantelzorgers;
sociale omstandigheden;
de aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen;
kostenvergelijking;
volkshuisvestelijke afwegingen;
de snelheid waarmee het woonprobleem kan worden opgelost;
de werksituatie;
is de cliënt huurder of eigenaar van de woning;
de woonlastenconsequenties;
de wil van de cliënt om te verhuizen.
Voorziening voor verhuizing en inrichting
Indien een persoon als gevolg van ziekte of gebrek, dan wel chronische psychische of psychosociale problematiek geen normaal gebruik van zijn woning kan maken, kan deze beperking opgeheven worden door te verhuizen naar een voor hem wel geschikte of eenvoudig geschikt te maken woning. Om deze verhuizing mogelijk te maken kan er een pgb voor de kosten van verhuizing en inrichting worden verstrekt.
Dit pgb behoeft niet kostendekkend te zijn en betreft in Oosterhout een vast bedrag van € 2.590,-. De verhuizing dient uiterlijk binnen één jaar na de toewijzing te worden gerealiseerd. Het pgb wordt uitgekeerd nadat de gemeente de nieuwe woonruimte als een voor cliënt geschikte woonruimte heeft aangemerkt én het huur-/koopcontract in afschrift is overgelegd. Wanneer er binnen één jaar geen verhuizing heeft plaatsgevonden, komt de toezegging van het pgb voor verhuis- en inrichtingskosten automatisch te vervallen. Na verloop van dit jaar kan de cliënt een nieuw beroep op de voorziening doen. Er zal dan opnieuw moeten worden beoordeeld of verhuizing noodzakelijk is.
Als een persoon zonder beperkingen of probleem op nadrukkelijk verzoek van het college een aangepaste woning vrij maakt ten gunste van een daartoe geïndiceerde cliënt, wordt deze persoon voor een pgb voor de kosten van verhuizing en inrichting in aanmerking gebracht. Het betreft hier hetzelfde bedrag als voor de persoon met beperkingen, dus € 2.590,-.
Géén pgb voor de kosten van verhuizing en inrichting wordt verstrekt als:
de cliënt voor het eerst zelfstandig gaat wonen;
er sprake is van verandering van woning in verband met wijziging van leefsituatie. Denk daarbij aan situaties dat mensen moeten verhuizen, omdat het huis vanwege gezinsuitbreiding te klein of juist te groot wordt (bijvoorbeeld bij oudere mensen). Dergelijke situaties vallen onder de noemer “normale wooncarrière”. Wel kan zo nodig de nieuwe, meer geschikte woning worden aangepast;
de cliënt verhuist naar een Wlz-instelling of een verzorgingshuis.
Bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte
Een mogelijke voorziening die het college kan verstrekken, is de bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte. Deze ingreep wordt vaak aangeduid als woningaanpassing.
Soorten bouwkundige of woontechnische ingrepen
Dit zijn o.a. aanbouw/nieuwbouw/inbouw.
De beperkingen van de cliënt in het gebruik van de woning kunnen van dien aard zijn dat het noodzakelijk is dat gelijkvloerse voorzieningen (zoals slaapkamer, badkamer/natte cel en berging) getroffen dienen te worden. In situaties waarin sprake is van het realiseren van gelijkvloerse aanpassingen dient het college bij de behandeling van de aanvraag met de volgende punten rekening te houden:
de voorraad aangepaste woningen;
het bestemmingsplan;
het geldende Bouwbesluit;
vergunningen;
financiële draagkracht van de cliënt.
Niet-bouwkundige en niet-woontechnische woonvoorzieningen
Dit zijn voorzieningen die niet tot de bouwkundige of woontechnische ingrepen kunnen worden gerekend. Hiermee bedoelen we de zogenaamde losse woonvoorzieningen, zoals douchezitjes en vlonders.
Afspraken met Thuisvester
In samenwerking met Thuisvester is een regeling voor eenvoudige woningaanpassingen getroffen. Uitgangspunten bij de totstandkoming van deze regeling zijn dat deze aansluit bij de behoefte en wensen van onze klanten, accuraat en helder is, voor beide organisaties een kostenbesparing oplevert en in algemene zin bijdraagt aan het streven om burgers zoveel als mogelijk de eigen verantwoordelijkheid te laten nemen.
Binnen de regeling vallen in ieder geval onderstaande aanpassingen, waarvan de kosten per aanpassing maximaal € 2.500,- exclusief BTW bedragen:
Het verwijderen van drempels in de woning en deze vervangen door Slipsafe dorpels (indien sprake is van zichtbare beperkingen van beenfuncties zoals lopen, buigen etc.);
Het vervangen van reeds eerder verstrekte voorzieningen, zoals douchezitjes, opklapbare beugels, afstandsbedieningen, drempelhulpen, spoelföhnbril, sanibroyeur;
Vlonders op balkon (maximaal 1);
Elektrische deurontgrendeling (geen deurdranger);
Opklapbare en vaste beugels bij douche/toilet (eventueel met hulppoot)(geen wandbeugels);
Trapspilbeugels/Revato kozijnhandgrepen op trapspil;
Douchestoeltjes (al dan niet op statief);
Ten behoeve van focuswoningen: vervangen van alle reeds eerder verstrekte voorzieningen;
Ten behoeve van trapliften: het aanbrengen van een wantcontactdoos;
Ten behoeve van scootmobielen: Oplaadpunten (elektra) en drempelhulpen, het verbreden van bergingsdeuren, afstandsbedieningen, het geschikt maken van elektrische deurdrangers voor gebruik afstandsbediening;
Onderhoudskostenkosten plateauliften.
Het betreft hier een niet limitatieve opsomming; met toestemming van beide partijen kunnen aanpassingen aan deze lijst worden toegevoegd.
Thuisvester ontvangt een vergoeding voor de intake, de administratie en de uitvoeringskosten. Deze vergoeding bedraagt 10% van de gerealiseerde aanpassingskosten.
Overige woonvoorzieningen
Uitraaskamer
Een uitraaskamer is een verblijfsruimte waarin een gehandicapte, die vanwege een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont zich kan afzonderen of tot rust kan komen. Hoewel de uitraaskamer in de Wmo 2015 niet apart genoemd wordt, gaan we er in Oosterhout vanuit dat dit een mogelijke voorziening kan zijn om personen met een chronisch psychisch probleem en/of psychosociaal probleem ondersteuning te bieden op het gebied van zelfredzaamheid en participatie.
Losse woonunit
Onder een losse woonunit wordt een verplaatsbare unit verstaan, die tijdelijk kan worden ingezet. Zo'n unit kan een extra woonkamer en/of een complete slaapkamer en/of natte cel betreffen. De losse woonunit kan een alternatief vormen voor de duurdere woningaanpassing, veelal de gelijkvloerse uitbouw van een woning.
Bij de afweging of een losse woonunit of woningaanpassing als goedkoopst adequaat kan worden aangemerkt en op grond daarvan in beginsel zal dienen te worden aangeboden, is het volgende van belang:
de huur- of koopprijs;
vergunningskosten;
transportkosten;
fundatiekosten;
nutsvoorzieningen;
plaatsingskosten;
de bouwkundige kosten voor de sluis of aansluiting;
toekomstige verwijderingskosten;
kosten voor het terugbrengen van de woning in de oude staat.
Naast het directe kostenplaatje is de te verwachten gebruiksduur van de woonunit relevant in verband met het vooropgezette tijdelijke karakter van een dergelijke voorziening én met de tijdelijkheid van de vergunningen.
Aanpassingen aan gemeenschappelijke ruimten
De gemeenschappelijke ruimten zullen voornamelijk entrees en portieken van woongebouwen betreffen. Daarbij zal het vooral gaan om het verbreden van toegangsdeuren, het aanbrengen van elektrische deuropeners, de aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang tot de woning, drempelhulpen en vlonders, het aanbrengen van een extra trapleuning, een opstelplaats voor een rolstoel of een vervoersvoorziening bij de toegangsdeur van het woongebouw.
In Oosterhout zijn andere voorzieningen, zoals trapliften, in beginsel uitgesloten. Mochten deze andere voorzieningen toch noodzakelijk zijn om de cliënt adequate ondersteuning te bieden in relatie tot de beperkingen, dan moet zorgvuldig onderzocht worden of een verhuizing naar een wel geschikte woning in redelijkheid kan worden gevergd.
Bezoekbaar/logeerbaar maken van een woning
Voor bewoners van Wlz-instellingen kan slechts één woonruimte in de gemeente Oosterhout ‘bezoekbaar’ worden gemaakt. Onder het ‘bezoekbaar’ maken van een woning wordt verstaan dat de cliënt de woonruimte, de woonkamer en een toilet kan bereiken en gebruiken.
Het ‘logeerbaar’ maken van een woning wordt in Oosterhout niet vergoed. Als de cliënt in de bezoekbaar gemaakte woning wil logeren, zal bij beperkingen primair de oplossing binnen de eigen mogelijkheden, zoals het verplaatsen van meubilair, gevonden dienen te worden.
Huurderving en tijdelijke huisvesting
Huurderving
Het aanpassen van woningen brengt vaak hoge kosten met zich mee. De gemeente kan er daarom belang bij hebben om eenmaal aangepaste woningen blijvend beschikbaar te houden voor mensen met een beperking of probleem. Het kan voorkomen dat een woning die vrij komt niet direct verhuurd kan worden aan een andere cliënt, omdat er op dat moment geen cliënt is voor wie de woning geschikt is. Niettemin kan het verstandig zijn om de betreffende woning toch beschikbaar te houden. Ter compensatie van de huurderving kan het college aan de verhuurder een pgb verstrekken om het verlies aan huurinkomsten te compenseren. In Oosterhout wordt hierbij een termijn van een half jaar aangehouden.
Tijdelijke huisvesting
In die gevallen waarin de cliënt tijdens het aanbrengen van de woonvoorzieningen niet in de woonruimte kan blijven wonen en om deze reden tijdelijk naar een andere woonruimte moet uitwijken, kan in Oosterhout voor de periode dat dit noodzakelijk is een pgb voor tijdelijke huisvesting worden verstrekt. Ook als, in verband met aanpassingen aan een woning waarnaar de cliënt gaat verhuizen, deze de huidige woning langer moet aanhouden, kan een pgb voor tijdelijke huisvesting worden verstrekt. Het gaat hierbij dus om een vergoeding van de dubbele woonlasten.
Overige aspecten
Vooral met bouwkundige of woontechnische woonvoorzieningen zijn vaak behoorlijke bedragen gemoeid. Daarbij kan het voorkomen dat het aanbrengen van de voorzieningen leidt tot een waardestijging van de woning (bijvoorbeeld bij een aanbouw). Daartegen bestaat op zichzelf geen bezwaar. Er zijn echter situaties waarin de cliënt kort na het aanbrengen van de voorzieningen de woning weer verlaat. Betreft het een huurwoning, dan kan deze wellicht aansluitend of op een later moment opnieuw aan een persoon met beperkingen/problemen worden toegewezen. Is de woning daarentegen eigendom van de betreffende persoon, dan zal verkoop aan een persoon met beperkingen/problemen niet vaak voorkomen. Dat betekent enerzijds dat de voorzieningen verloren gaan en er dus vanuit gemeentelijk oogpunt gezien sprake is van kapitaalvernietiging. Anderzijds kan de verkoopopbrengst voor de cliënt (als woningeigenaar) hoger zijn.
Om bovenstaande effecten van een waardestijging van een woning enigszins te beperken hanteren we in Oosterhout een zogenaamde afschrijvingsregeling. Op basis hiervan is de betreffende persoon gehouden om bij verkoop binnen een bepaalde termijn na het aanbrengen van de voorzieningen een deel van de met de aanpassing(en) gemoeide kosten terug te betalen.
De afschrijvingsregeling
De woningeigenaar is bij verkoop verplicht tot terugbetaling van de aanpassingskosten verminderd met de afschrijving. Daarbij geldt een lineaire afschrijving over een termijn van tien jaar, zodat het terug te betalen bedrag jaarlijks met tien procent daalt. Uit oogpunt van rechtsgelijkheid zijn de eerste € 25.000,- vrijgelaten. Daarnaast is deze regeling niet van toepassing op de kosten die hoger zijn dan € 45.000,- in verband met de begrenzing van de gemeentelijke bijdrage. De regeling geldt dus niet voor woonvoorzieningen tot € 25.000,- en voor de kosten van de woonvoorziening boven een bedrag van € 45.000,-.
Voorbeeld: Een woning is aangepast voor € 75.000,- en de eigenaar verkoopt deze woning na vijf jaar, dan moet hij 50 procent van de vergoede aanpassingskosten minus € 25.000,- terugbetalen. Dit percentage is berekend door de aanpassingskosten tot en met € 45.000,- en na aftrek van € 25.000,- te stellen op 100 procent en dit te verminderen met een afschrijving van 50 procent (vijf jaar maal tien procent). De berekening is als volgt: € 45.000,- minus € 25.000,- = € 20.000,- x 50% = € 10.000,-. Zoals je hier ziet worden de kosten boven het bedrag van € 45.000,- niet in deze regeling meegenomen, aangezien deze niet door de gemeente Oosterhout worden vergoed.
De termijn van tien jaar ligt ruim beneden de in de bouwwereld algemeen gebruikelijke afschrijvingstermijn van (afhankelijk van het soort bouwwerk) twaalf tot twintig jaar.
Vorm woonvoorziening
De woonvoorziening van bouwkundige of woontechnische aard wordt verstrekt in de vorm van een pgb. Dit pgb wordt toegekend aan de cliënt, maar uitbetaald aan de eigenaar van de woning. De betreffende woonvoorziening wordt eigendom van de woningeigenaar.
Losse woonvoorzieningen worden in natura (bruikleen) of door middel van een pgb verstrekt.
Ook met betrekking tot de traplift heeft de cliënt de keuzevrijheid met betrekking tot de vorm waarin de voorziening zal worden verstrekt. Hij/zij kan daarbij kiezen tussen een verstrekking in natura of een hiermee vergelijkbaar en toereikend pgb.
Kiest hij voor de voorziening in natura, dan wordt deze in bruikleen verstrekt. Aangezien de traplift geen bestanddeel van de woning vormt, wordt de eigenaar van de woning niet de eigenaar. De gemeente/leverancier blijft bij bruikleen juridisch eigenaar van de traplift. De kosten van onderhoud, keuring en reparatie blijven daarbij voor rekening van de gemeente.
Kiest hij voor een pgb, dan wordt de traplift eigendom van de aanvrager. De aan te schaffen traplift kan aan het opgestelde programma van eisen worden getoetst.
Woningsanering
Ingeval van woningsanering wordt bij de vaststelling van het pgb rekening gehouden met de reeds verlopen afschrijvingsperiode van een bepaald artikel. Hierbij wordt de volgende staffel gebruikt:
een artikel jonger dan twee jaar wordt voor 100% in de vervangingskosten tegemoet gekomen;
tussen de twee en vier jaar wordt voor 75% in de vervangingskosten tegemoet gekomen;
tussen de vier en zes jaar wordt voor 50% in de vervangingskosten tegemoet gekomen;
tussen de zes en acht jaar wordt voor 25% in de vervangingskosten tegemoet gekomen.
De Nibud-prijzengids geldt hierbij als richtlijn bij het beoordelen van de redelijkheid van de aankoopprijs van de te vervangen artikelen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Woonvoorzieningen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2016 Gemeente Oosterhout